Richard, mijn redder
Een week voor kerst, toen de eerste sneeuwval ons land bedekte was ik met de wagen onderweg van Zeeland naar huis toen mijn wielen vast komen te zitten in de schnee. Ik ben gered door Richard, de vriendelijkste man op aarde. Wilde plannen om naar zijn werk te rijden en hem bloemen en oliebollen te brengen bleven onuitgevoerd. Toch wil ik Richard eren door middel van deze blog. Soms vraag ik me af waarom ik de blog niet een ondertitel geef als 'en haar avonturen op de weg', maar wellicht dat ik in dit nieuwe jaar iets meer variatie kan brengen in de onderwerpen. Maar niet voordat ik jullie heb verteld over Richard.
Donderdag 18 december startte de auto niet. Eerste reactie: lampen laten branden. Na check: lampen stonden niet aan. Tweede reactie: dit komt door het weer. Wat ik ook probeerde, de auto deed niets, behalve een neurotisch en lichtelijk eng tikkend geluid maken. Derde reactie: ik moet mijn vader bellen. Dat deed ik en die vertelde dat hij mijn zus en nichtje had geëvacueerd in verband met een gaslek in hun straat. Ik vroeg hem vriendelijk of hij zin had om zijn jongste dochter ook te redden en een kwartier later stond zijn Volvo bij mij in de straat. We probeerden de auto te startten en dit lukte na een kwartier. Terwijl ik achter vaders aanreed viel de auto weer een aantal keer uit. Dit in combinatie met de slechte banden van de wagen en het wegglijden in de sneeuw, besloten we de accu door te laten meten bij 'een mannetje'.
De accu bleek slecht en het mannetje zette er een nieuwe accu in. Als je er ooit een nodig hebt: ga naar Fulmen. Hij heeft geen computer, kassa of pin maar wel alle soorten accu's op voorraad en hij vertelde me dat ik gerust naar Zeeland kon rijden, alwaar ik die dag opnames had. Nadat ik mijn vader (door middel van een kus) en Fulmen (stevige hand) had bedankt vervolgde ik mijn weg naar het zuidwesten des lands. Alles verliep tot dusver prima.
Rond de klok van 20.00 uur toog ik naar huis. Op dat moment sneeuwde het volop en raakte ik in lichte paniek toen ik merkte dat ik liever niet harder reed dan 70 kilometer per uur op de rechterrijstrook. Toen op de A27 de matrixborden gingen branden en 50 aangaven besefte ik dat het nog wel eens een heel naar en lang ritje kon worden.
Opeens stond ik stil, op de linkerrijstrook. We reden allemaal langzaam, en ik reed niet meer. Acute paniek want ik versperde de weg en zag in mijn achteruitkijkspiegel dat iedereen om mij heen reed, via de rechterbaan. Eerste reactie: ik ben genaaid door Fulmen. Tweede reactie: ik moet mijn knipperlichten aandoen. Dit deed ik. Toen ben ik gaan huilen. Heel even, om daarna even na te denken. Dat ging ongeveer als volgt: wat kan ik doen? Niks... Eruit en in de vangrail staan leek me overdreven, een fleeceplaid pakken te vroeg (ik had het nu immers nog warm, ik zou hem beter kunnen bewaren voor over een paar uur) en een gevarendriehoek drie meter achter de auto plaatsen ronduit belachelijk. Ik ging dus verder met huilen en probeerde de auto opnieuw te starten, wat (blijkbaar) lukte, maar dit had ik niet door.
En daar was Richard. Hij reed in een geel busje met een 'werkverkeer' sticker. Hij reed via de rechterbaan langs mij, keek naar links en zette resoluut zijn wagen voor die van mij. Hij schuifelde naar me toe, gooide het portier open en zei 'Meissie, wat is er allemaal aan de hand?' Ik: 'Hij doet het nieehieeeet...' Hij: 'Maar hij loopt gewoon, je auto!'. Ik: 'Niet, net in ieder geval niet, echt niet!' Richard: 'Ik geloof je'. Dat vond ik mooi. Geen strijd, maar gewoon mij geloven.
Richard vertelde me wat er aan de hand was. Mijn wielen zaten vast in de sneeuw. En hoe hard ik ook gas gaf, ik kwam er niet meer uit. Dat had te maken met het spinnen van de wielen, en niets met de accu. Echt, Richard zou het Klokhuis kunnen presenteren. Terwijl hij speels (niet intimiderend) een hand op mijn been legde en zei: 'dit weer is ook niets voor meisjes' kon ik dat alleen maar beamen en begon ik weer harder te huilen. Maar dit was ontlading, want ik wist dat het goed ging komen nu Richard er was.
Terwijl ik achterin klom, liep Richard over de snelweg en hield de auto's staande. Daarna reed hij mijn auto naar de vluchtstrook en daarna die van hem zelf. Daar zouden we dan wachten tot dat ik rustig was. Hij liet me ook even alleen. Ik had daar de rest van de nacht wel willen staan in de sneeuw met Richard. Maar het moment kwam dat ik weer moest gaan rijden en ook dat spraken we helemaal door. Zachtjes optrekken in de verse sneeuw en invoegen wanneer hij dat ook deed, want hij zou kijken of er ruimte was voor ons tweetjes. En als het niet meer ging dan kon ik seinen, en gingen we er gewoon weer af. En hij ging er sowieso af bij een bepaald pompstation, dus als ik nog zin had in een warme koffie en een pitstop, dan kon dat daar.
Toen ik eenmaal weer reed ging het prima en de stop bij het pompstation heb ik overgeslagen. Wel heb ik met mijn allerliefste lach naar Richard gezwaaid toen ik de snelweg verliet. Richard, bedankt voor je inzet op donderdagavond 18 december. Je bent mijn held van 2009.
31.10.09
Thailand
Vannacht was ik in Thailand. Ik droomde dat ik een lunch had met vrienden, op een terras vlakbij het strand. Ze hadden er loungebedden met van die mooie wapperende doeken en er was veel turquoise, zeegroen en wit. Er was een man met een wit overhemd en halflang donker haar die voortdurend grappen vertelde, waar wij heel hard om moesten lachen. Ik droeg een groen jurkje en witte slippers en had oorbellen in met allemaal kleine schelpjes. We dronken water met citroen en na de lunch werden we met een jeep naar een boot gebracht. Toen gingen we varen en dronken we witte wijn. Er was muziek en er werd gedanst. Ik kon opeens heel goed zwemmen en dook de boot af, heel soepel en elegant. Daarna deed ik het nog een paar keer, zonder dat het me enkele moeite kostte en zonder dat ik met mijn buik op het water klapte. Terwijl ik lag op te drogen op een grote witte handdoek werd ik wakker. Eeuwig zonde!
Vannacht was ik in Thailand. Ik droomde dat ik een lunch had met vrienden, op een terras vlakbij het strand. Ze hadden er loungebedden met van die mooie wapperende doeken en er was veel turquoise, zeegroen en wit. Er was een man met een wit overhemd en halflang donker haar die voortdurend grappen vertelde, waar wij heel hard om moesten lachen. Ik droeg een groen jurkje en witte slippers en had oorbellen in met allemaal kleine schelpjes. We dronken water met citroen en na de lunch werden we met een jeep naar een boot gebracht. Toen gingen we varen en dronken we witte wijn. Er was muziek en er werd gedanst. Ik kon opeens heel goed zwemmen en dook de boot af, heel soepel en elegant. Daarna deed ik het nog een paar keer, zonder dat het me enkele moeite kostte en zonder dat ik met mijn buik op het water klapte. Terwijl ik lag op te drogen op een grote witte handdoek werd ik wakker. Eeuwig zonde!
29.10.09
De winterschilder
Hoestend en blaffend lig ik sinds maandagavond onder de wol met spierpijn, oorpijn, keelpijn, en bergen slijm uit neus en mond. Laat ik hier niet te diep op ingaan. Vroeger had ziek zijn nog wat, ik hoefde nooit in bed te blijven, maar mocht altijd op de bank liggen onder een heel zacht geel/wit dekbedje en ik kreeg roosvicee, kopjes thee met honing en witte boterhammetjes met suiker. Gezellig was het, hoe beroerd ik me ook voelde. Maar tijden veranderen.
Gisterochtend werd ik om 8.00 uur 's ochtends wakker gemaakt door een lang en doordringend geluid van een bel. De deurbel. Ik wilde hem laten gaan en ik weet ook niet wat me precies bezielde, maar ik deed open. Er stond een schilder voor de deur. Een grote en dikke schilder, met een wit overall. 'Ken ik je voordeur even doen?' vroeg hij. 'Nee', antwoordde ik resoluut. 'Ik lig ziek op bed en ik heb vooral last van m'n keel en longen'. De schilder legde de link met verf inademen en hoesten niet, en zei: 'dat maakt toch niet uit het is toch je voordeur?'. Weer stribbelde ik tegen en voerde het argument aan dat ik boven bij de trap geen deur heb en dat ik nu al - hoest - last had van de verflucht. Toch verloor ik de strijd. De beste man 'moest' het doen zei hij. Achteraf gezien gaf ik te snel op. Ik had naar de voordeur van de overbuurvrouw moeten wijzen en de deur snel dicht moeten knallen. Dacht ik niet aan.
De kerel ging aan het werk en terwijl ik in de keuken een kop thee zette en twee beschuitjes smeerde met honing begon hij over de crisis. 'Ze gingen het wel merken'. Ik haakte af, dook mijn bed weer in en dacht na over waarom ik me liet overrulen door een dikke schilder. Hij riep nog drie keer: 'mevrouw!', want blijkbaar moest de tuindeur ook gedaan worden, waardoor meneer door het huis moest en besloot hij ook de meterkast, in dit geval een soort outside mini schuurtje, mee te pakken. En dat alles fluitend. Please, niet in mijn huis.
Na een uur of twee was meneer eindelijk klaar en kon mijn rust beginnen. Terwijl hij riep: 'mevrouw ik leg de sleutel van de meterkast op tafel' kon ik niet meer. En terwijl hij zijn ladder inschoof en verfblik dichtdeed, lachte ik nog één keer vriendelijk en knalde toen keihard de voordeur achter hem dicht. Resultaat: bordeauxrode tochtstrips, van de zaak.
Hoestend en blaffend lig ik sinds maandagavond onder de wol met spierpijn, oorpijn, keelpijn, en bergen slijm uit neus en mond. Laat ik hier niet te diep op ingaan. Vroeger had ziek zijn nog wat, ik hoefde nooit in bed te blijven, maar mocht altijd op de bank liggen onder een heel zacht geel/wit dekbedje en ik kreeg roosvicee, kopjes thee met honing en witte boterhammetjes met suiker. Gezellig was het, hoe beroerd ik me ook voelde. Maar tijden veranderen.
Gisterochtend werd ik om 8.00 uur 's ochtends wakker gemaakt door een lang en doordringend geluid van een bel. De deurbel. Ik wilde hem laten gaan en ik weet ook niet wat me precies bezielde, maar ik deed open. Er stond een schilder voor de deur. Een grote en dikke schilder, met een wit overall. 'Ken ik je voordeur even doen?' vroeg hij. 'Nee', antwoordde ik resoluut. 'Ik lig ziek op bed en ik heb vooral last van m'n keel en longen'. De schilder legde de link met verf inademen en hoesten niet, en zei: 'dat maakt toch niet uit het is toch je voordeur?'. Weer stribbelde ik tegen en voerde het argument aan dat ik boven bij de trap geen deur heb en dat ik nu al - hoest - last had van de verflucht. Toch verloor ik de strijd. De beste man 'moest' het doen zei hij. Achteraf gezien gaf ik te snel op. Ik had naar de voordeur van de overbuurvrouw moeten wijzen en de deur snel dicht moeten knallen. Dacht ik niet aan.
De kerel ging aan het werk en terwijl ik in de keuken een kop thee zette en twee beschuitjes smeerde met honing begon hij over de crisis. 'Ze gingen het wel merken'. Ik haakte af, dook mijn bed weer in en dacht na over waarom ik me liet overrulen door een dikke schilder. Hij riep nog drie keer: 'mevrouw!', want blijkbaar moest de tuindeur ook gedaan worden, waardoor meneer door het huis moest en besloot hij ook de meterkast, in dit geval een soort outside mini schuurtje, mee te pakken. En dat alles fluitend. Please, niet in mijn huis.
Na een uur of twee was meneer eindelijk klaar en kon mijn rust beginnen. Terwijl hij riep: 'mevrouw ik leg de sleutel van de meterkast op tafel' kon ik niet meer. En terwijl hij zijn ladder inschoof en verfblik dichtdeed, lachte ik nog één keer vriendelijk en knalde toen keihard de voordeur achter hem dicht. Resultaat: bordeauxrode tochtstrips, van de zaak.
21.8.09
Verwarring op het pompstation
Enige tijd geleden krijg ik de tankpas van onze productieauto mee. Omdat we weer eens diep in Zeeland opnames hadden en ik dit keer met eigen vervoer ging, was dat wel zo handig. Collega M. overhandigde mij de pas en ik stak hem tevreden in mijn tas. Collega L. wist mij nog te vertellen dat ik moest 'doen alsof ik een vervangende auto had' als het pinapparaat daar om vroeg. 'Ik zou het wel zien' en op de bewuste ochtend stopte ik in alle vroegte bij SHELL om daar de wagen vol te gooien met FuelSave Euro 95. Lekker zuinig. Afijn, ik had getankt en sloot aan in de rij van de kassa. Toen ik aan de beurt was pakte ik trots de zilveren pas en liet deze aan de meneer zien. 'Code', zei de meneer kortaf.
Fuck, ik was vergeten te vragen wat de code was. 'De code weet ik niet, maar ik stap even uit de rij en dan bel ik mijn collega even' zei ik. De meneer bromde. 'Wel zo handig als je de code weet als je een pas gebruikt!' zei hij iets te hard. Ik deed twee stappen naar links, en belde M. Direct gaf ze me de code en kon ik weer naar rechts stappen om af te rekenen. Fier haalde ik de zilveren pas door het apparaat en toetste ik de viercijferige code in. Maar wat bleek, de meneer vertrouwde mij niet met de pas. 'Heb je die pas vaker bij je?' vroeg hij. 'Dit is de eerste keer' antwoordde ik braaf. Terwijl ik aan het toetsen was vroeg de meneer: 'Hoort de pas bij de auto...?!' Kort en resoluut antwoordde ik 'ja'.
Op dat moment kwam DE vraag. 'Vervangend vervoer?' Ik dacht aan de tip van collega L. Altijd ja drukken, want anders moet je kilometerstanden en andere getallen in gaan voeren. Juist op dat moment brak er iets in de meneer achter de kassa. 'Je had nee moeten drukken', zei hij boos en wantrouwend. 'Nee' zei ik, 'ik moet op ja drukken, het gaat helemaal goed'. 'Nee!' riep hij. 'De pas hoort toch bij de auto!'. 'Toch niet zei ik. Ik zag dat de transactie was gelukt. Ik griste de bon uit de handen van de nu boze meneer die nog wel even door wilde praten en zei 'hartelijk dank en nog een fijne dag'. Toen ik wegliep hoorde ik hem witheet tegen de vrouw achter mij in de rij zeggen: 'en ze wist de code ook al niet!'.
Enige tijd geleden krijg ik de tankpas van onze productieauto mee. Omdat we weer eens diep in Zeeland opnames hadden en ik dit keer met eigen vervoer ging, was dat wel zo handig. Collega M. overhandigde mij de pas en ik stak hem tevreden in mijn tas. Collega L. wist mij nog te vertellen dat ik moest 'doen alsof ik een vervangende auto had' als het pinapparaat daar om vroeg. 'Ik zou het wel zien' en op de bewuste ochtend stopte ik in alle vroegte bij SHELL om daar de wagen vol te gooien met FuelSave Euro 95. Lekker zuinig. Afijn, ik had getankt en sloot aan in de rij van de kassa. Toen ik aan de beurt was pakte ik trots de zilveren pas en liet deze aan de meneer zien. 'Code', zei de meneer kortaf.
Fuck, ik was vergeten te vragen wat de code was. 'De code weet ik niet, maar ik stap even uit de rij en dan bel ik mijn collega even' zei ik. De meneer bromde. 'Wel zo handig als je de code weet als je een pas gebruikt!' zei hij iets te hard. Ik deed twee stappen naar links, en belde M. Direct gaf ze me de code en kon ik weer naar rechts stappen om af te rekenen. Fier haalde ik de zilveren pas door het apparaat en toetste ik de viercijferige code in. Maar wat bleek, de meneer vertrouwde mij niet met de pas. 'Heb je die pas vaker bij je?' vroeg hij. 'Dit is de eerste keer' antwoordde ik braaf. Terwijl ik aan het toetsen was vroeg de meneer: 'Hoort de pas bij de auto...?!' Kort en resoluut antwoordde ik 'ja'.
Op dat moment kwam DE vraag. 'Vervangend vervoer?' Ik dacht aan de tip van collega L. Altijd ja drukken, want anders moet je kilometerstanden en andere getallen in gaan voeren. Juist op dat moment brak er iets in de meneer achter de kassa. 'Je had nee moeten drukken', zei hij boos en wantrouwend. 'Nee' zei ik, 'ik moet op ja drukken, het gaat helemaal goed'. 'Nee!' riep hij. 'De pas hoort toch bij de auto!'. 'Toch niet zei ik. Ik zag dat de transactie was gelukt. Ik griste de bon uit de handen van de nu boze meneer die nog wel even door wilde praten en zei 'hartelijk dank en nog een fijne dag'. Toen ik wegliep hoorde ik hem witheet tegen de vrouw achter mij in de rij zeggen: 'en ze wist de code ook al niet!'.
7.8.09
ON Y VA!Het leek me nou altijd al zo enig dat wanneer je een rijbewijs hebt, je zomaar kunt bedenken: ik rij nu naar Frankrijk! Ik bedacht het, samen met Moos en nam drie dagen vrij. Morgenochtend is het zover, dan vertrekken de dametjes voor een aantal dagen naar de Franse zon, om uit te rusten, wijn te proeven en hun boekje te buiten gaan wat betreft de kaashobby. Ik kan het bijna niet geloven, zo stoer en enig vind ik dit. Ja, ik blijf mezelf verbazen: on y va!
9.7.09
Tennis
Vanochtend zag ik een man tennissen met een hond. In alle vroegte, langs de snelweg bij Baarn. De man had zijn zwarte auto even in de berm geparkeerd en sloeg in het weiland een balletje naar een grote zwarte hond, die ongeveer tien meter verderop stond. Als de hond de bal had bracht hij deze direct terug naar de baas. De man oefende dus vooral met serveren.
Vanochtend zag ik een man tennissen met een hond. In alle vroegte, langs de snelweg bij Baarn. De man had zijn zwarte auto even in de berm geparkeerd en sloeg in het weiland een balletje naar een grote zwarte hond, die ongeveer tien meter verderop stond. Als de hond de bal had bracht hij deze direct terug naar de baas. De man oefende dus vooral met serveren.
Abonneren op:
Posts (Atom)