Keukenprinses
Lelie is mijn zus en ik fiets in tien minuutjes naar haar toe. Alle lekkere en bijzondere recepten die ik heb gemaakt sinds ik op kamers woon zijn Lelie's creaties. Ik zou wel een kookboekje uit kunnen geven aangezien ik alles opkrabbel wat ze maakt. Dan geef ik haar uiteraard ook een deel van de winst want verkopen zal het.
Vanavond had ze een ovenschotel gemaakt met kip, ragout, kerrie, broccoli en jawel, kersen in bladerdeeg. Probeer het allemaal maar eens, iedereen zou het eens geproefd moeten hebben. Toe aten we Turkse yoghurt met walnoten, honing en Kaneel. Kijk dat is natuurlijk ook niet mis.
7.9.04
6.9.04
Stel-je-voor-datje...
De frituurpan stond buiten. Haalde hem naar binnen. Stapte door de tuindeur de keuken in en zag op de helft van het electriciteitssnoer een verdikking. Een slijmerige, zwarte, glibberige verdikking. Dus ik gilde. Het was een naaktslak. Kwam weer op adem en dacht na. Stel je nu voor dat de pan per ongeluk nog open stond? Dan zou ik een volgende keer in plaats van een gefrituurd bitterballetje iets heel anders naar boven hebben gevist.
De frituurpan stond buiten. Haalde hem naar binnen. Stapte door de tuindeur de keuken in en zag op de helft van het electriciteitssnoer een verdikking. Een slijmerige, zwarte, glibberige verdikking. Dus ik gilde. Het was een naaktslak. Kwam weer op adem en dacht na. Stel je nu voor dat de pan per ongeluk nog open stond? Dan zou ik een volgende keer in plaats van een gefrituurd bitterballetje iets heel anders naar boven hebben gevist.
5.9.04
Franse vrienden
Het binnenplaatsje was warm en stoffig en een grote hond blafte naar ons toen we uit de witte Renault stapten maar de jongen van het paintballcentrum zei dat hij z'n bek moest houden en dat deed ie. Hij was Frans en bruin en relaxed en hij dronk bier met een stel anderen en legde ons de spelregels uit. Het was m'n vrije zaterdag en ik speelde met vier Franse vrienden paintball. We speelden in een vervallen huis, waar matrassen op de grond lagen en waar je door de ramen kon springen. Ik droeg een legergroene overall en een helm en zo voorzichtig mogelijk bewoog ik me door de ruimte en rende ik voor m'n leven. Ik was bang maar we maakten zoveel plezier en toen we klaar waren rukten we de pakken van ons lijf en dronken we omstebeurt uit de vijfliterfles water en bekeken elkaars schotwonden. Toen sloften we terug naar het binnenplaatsje en we voegden ons bij de jongens die er zaten, de zongebruine jongen die ons de regels uitlegde gaf ons een biertje en op onze blote voeten proostten we op de zomer. Het rook naar zand, zon en sigarettenrook en de honden lagen gewoon te slapen. We kletsten in het Frans en lachten en even leek het alsof er niets anders bestond dan wij op het binnenplaatsje. In de snikhete zon.
Het binnenplaatsje was warm en stoffig en een grote hond blafte naar ons toen we uit de witte Renault stapten maar de jongen van het paintballcentrum zei dat hij z'n bek moest houden en dat deed ie. Hij was Frans en bruin en relaxed en hij dronk bier met een stel anderen en legde ons de spelregels uit. Het was m'n vrije zaterdag en ik speelde met vier Franse vrienden paintball. We speelden in een vervallen huis, waar matrassen op de grond lagen en waar je door de ramen kon springen. Ik droeg een legergroene overall en een helm en zo voorzichtig mogelijk bewoog ik me door de ruimte en rende ik voor m'n leven. Ik was bang maar we maakten zoveel plezier en toen we klaar waren rukten we de pakken van ons lijf en dronken we omstebeurt uit de vijfliterfles water en bekeken elkaars schotwonden. Toen sloften we terug naar het binnenplaatsje en we voegden ons bij de jongens die er zaten, de zongebruine jongen die ons de regels uitlegde gaf ons een biertje en op onze blote voeten proostten we op de zomer. Het rook naar zand, zon en sigarettenrook en de honden lagen gewoon te slapen. We kletsten in het Frans en lachten en even leek het alsof er niets anders bestond dan wij op het binnenplaatsje. In de snikhete zon.
4.9.04
Koeren
Ingmar praat met duiven. We zaten buiten. De barbeque was aan. Op de punt van het dak zat een dikke duif te koeren. M'n broertje antwoordde door de klanken van de vogel precies na te bootsen. De duif spitste zijn oortjes en reageerde na een kleine pauze onmiddellijk. Ingmar dacht na en floot weer terug op z'n vuisten. Middenin zijn fluitregel zei m'n moeder 'houd eens op. ' M'n broertje floot nog even door en zei toen geergerd 'ik kan toch niet zomaar stoppen, laat me m'n zin even afmaken'.
Ingmar praat met duiven. We zaten buiten. De barbeque was aan. Op de punt van het dak zat een dikke duif te koeren. M'n broertje antwoordde door de klanken van de vogel precies na te bootsen. De duif spitste zijn oortjes en reageerde na een kleine pauze onmiddellijk. Ingmar dacht na en floot weer terug op z'n vuisten. Middenin zijn fluitregel zei m'n moeder 'houd eens op. ' M'n broertje floot nog even door en zei toen geergerd 'ik kan toch niet zomaar stoppen, laat me m'n zin even afmaken'.
3.9.04
Verwarring
Soms heb ik er heel veel moeite mee om mensen te verstaan. Mensen met vreemde accenten zorgen al vaak voor een flinke portie ruis in de communicatie, laat staan ouderen. Gisteren ging ik met Flo, Bas en Moos mee naar hun oma. Zij is eigenlijk nog aardig bij de tijd maar bevindt zich tussen de wat minder frisse bejaarden van de samenleving.
We zaten op bijschuifkrukjes in de gemeenschappelijke zitruimte van het verzorgingstehuis. Je zou het praatruimte kunnen noemen, maar ik geloof dat wij de enige waren die dat deden. De anderen zaten om een grote ronde tafel. Eén mevrouwtje nipte aan haar koffie en een paar meneertjes hielden het helaas niet langer vol en dommelden in.
Op een goed moment stonden we op om er weer vandoor te gaan en toen sprak ze me aan. Een oud mevrouwtje met wit haar. Ze draaide zich om in haar stoel en stak haar hand uit. Voorzichtig lachte ik wat. Ik begreep niet dat ze iets tegen me zei dus ze herhaalde het, ditmaal iets luider. Ik verstond er niets van. Ik concentreerde me en na vier keer verstond ik dat ze het woord 'huis' uitsprak. 'Inderdaad, wij gaan weer naar huis', zei ik maar ze brabbelde nogmaals dezelfde vraag. 'Wij gaan weer naar huis', herhaalde ik, zoals ik het de verzorgsters vaak genoeg heb horen zeggen. Dui-de-lijk, hard en lang-zaam.
Het gesprek begon nu lekker op gang te komen en ze zei nog iets. Concentratie. Ik pikte het woord 'trouwen' op en begreep uiteindelijk dat ze dacht dat ik vast wel getrouwd was. Als ik dit nu gewoon beaamd had dan was er niets aan de hand geweest. Dan hadden we gewoon een kort gesprekje gehad, van vrouw tot vrouw en dan had ik er vandoor kunnen gaan. Jammergenoeg bekende ik eerlijk dat ik niet was getrouwd en toen hadden we de poppen aan het dansen. 'Jawel, jij bent wel getrouwd' zei ze, en bromde bovendien dat ik al thuis was. Ik schudde nog nee maar ze was al heilig overtuigd. Ze knikte zelfverzekerd. Ondertussen probeerde ik haar nog te vertellen dat ZIJ thuis was maar IK nog niet, en dat IK nog niet getrouwd was, maar ze luisterde al niet meer echt naar wat ik te zeggen had.
Licht verward verliet ik het verzorgingstehuis.
Soms heb ik er heel veel moeite mee om mensen te verstaan. Mensen met vreemde accenten zorgen al vaak voor een flinke portie ruis in de communicatie, laat staan ouderen. Gisteren ging ik met Flo, Bas en Moos mee naar hun oma. Zij is eigenlijk nog aardig bij de tijd maar bevindt zich tussen de wat minder frisse bejaarden van de samenleving.
We zaten op bijschuifkrukjes in de gemeenschappelijke zitruimte van het verzorgingstehuis. Je zou het praatruimte kunnen noemen, maar ik geloof dat wij de enige waren die dat deden. De anderen zaten om een grote ronde tafel. Eén mevrouwtje nipte aan haar koffie en een paar meneertjes hielden het helaas niet langer vol en dommelden in.
Op een goed moment stonden we op om er weer vandoor te gaan en toen sprak ze me aan. Een oud mevrouwtje met wit haar. Ze draaide zich om in haar stoel en stak haar hand uit. Voorzichtig lachte ik wat. Ik begreep niet dat ze iets tegen me zei dus ze herhaalde het, ditmaal iets luider. Ik verstond er niets van. Ik concentreerde me en na vier keer verstond ik dat ze het woord 'huis' uitsprak. 'Inderdaad, wij gaan weer naar huis', zei ik maar ze brabbelde nogmaals dezelfde vraag. 'Wij gaan weer naar huis', herhaalde ik, zoals ik het de verzorgsters vaak genoeg heb horen zeggen. Dui-de-lijk, hard en lang-zaam.
Het gesprek begon nu lekker op gang te komen en ze zei nog iets. Concentratie. Ik pikte het woord 'trouwen' op en begreep uiteindelijk dat ze dacht dat ik vast wel getrouwd was. Als ik dit nu gewoon beaamd had dan was er niets aan de hand geweest. Dan hadden we gewoon een kort gesprekje gehad, van vrouw tot vrouw en dan had ik er vandoor kunnen gaan. Jammergenoeg bekende ik eerlijk dat ik niet was getrouwd en toen hadden we de poppen aan het dansen. 'Jawel, jij bent wel getrouwd' zei ze, en bromde bovendien dat ik al thuis was. Ik schudde nog nee maar ze was al heilig overtuigd. Ze knikte zelfverzekerd. Ondertussen probeerde ik haar nog te vertellen dat ZIJ thuis was maar IK nog niet, en dat IK nog niet getrouwd was, maar ze luisterde al niet meer echt naar wat ik te zeggen had.
Licht verward verliet ik het verzorgingstehuis.
Hobby
In de trein van Den Haag naar Utrecht stond me er toch opeens een mevrouw in het middenpad. Ze gedroeg zich als een conductrice. Ze droeg een donkerblauwe blouse met bijpassend gilet en vroeg om onze vervoersbewijzen. Dus ik liet haar m'n OV even zien maar toch voelde het anders dan anders. Ik zei 'tis vast gewoon haar hobby', en Moos zei 'de mensen met een kaartje hebben er nu vast een nietje inzitten.
In de trein van Den Haag naar Utrecht stond me er toch opeens een mevrouw in het middenpad. Ze gedroeg zich als een conductrice. Ze droeg een donkerblauwe blouse met bijpassend gilet en vroeg om onze vervoersbewijzen. Dus ik liet haar m'n OV even zien maar toch voelde het anders dan anders. Ik zei 'tis vast gewoon haar hobby', en Moos zei 'de mensen met een kaartje hebben er nu vast een nietje inzitten.
2.9.04
Onderbroekenlol
M'n OV is meegewassen. Nee, natuurlijk niet expres. Nu moet ik zeggen dat conducteuren toch wel met de dag grappiger worden. Al driemaal is mij gevraagd of ik over m'n vervoersbewijs heen heb geplast.
'Nou wat denk je zelf meneer van de NS? Nog een fijne dag in de trein toegewenst met bergen vol onderbroekenlol.'
M'n OV is meegewassen. Nee, natuurlijk niet expres. Nu moet ik zeggen dat conducteuren toch wel met de dag grappiger worden. Al driemaal is mij gevraagd of ik over m'n vervoersbewijs heen heb geplast.
'Nou wat denk je zelf meneer van de NS? Nog een fijne dag in de trein toegewenst met bergen vol onderbroekenlol.'
Abonneren op:
Posts (Atom)