7.2.07

Opdringerig gedrag

Zo enthousiast als ik enkele jaren geleden was over de gratis kranten, zo'n catastrofe is het vandaag de dag. Iedere ochtend haast ik me in de ochtendspits naar het station alwaar ik mijn prachtige zwarte omafiets stevig aan een rek vastzet. Het is iedere dag weer een opluchting als ik een plekje heb gevonden en mijn fietsje met een goed gevoel kan achterlaten in de weet dat ik hem 's avonds weer terug zie. Toch wordt de opluchting de laatste tijd bruut afgebroken omdat ik mijn fietssleutel nog niet aan mijn keycoard heb geklikt en ze er al staan. Misschien zijn ze nog wel erger dan de mensen die leuren met foto's van dansende beren en zielige bevers; de mensen van de gratis kranten. De mensen van Metro (lees: vrolijke studenten in warme oranje jassen met gekke sjaals) treden meestal op de voorgrond en kan ik soms nog redelijk ontwijken. 'Ik hoef hem niet', 'ik heb hem al' of slechts een vriendelijke 'nee-bedankt-hoofdknik'. Maar dan begint de ellende pas. Precies naast de schuifdeuren van het station staan de mensen van de Spits (lees: armoedige look, niet bijster knap maar ozo 'aardig'...). De vrouw die aan de kant van de bloemenkiosk staat is verreweg het meest verschrikkelijk. Ze praat hard, echt te hard op de vroege ochtend en ze kan geen zin maken zonder daar het woord 'mefrou' aan vast te plakken. Als je de krant aanpakt: 'asstublief mefroouuuu!', als je de krant weigert: 'is goed, fijne dag mefroouuuu' en als je met haastige spoed doorloopt, al krampachtig op je horloge kijkend alsof de kans erin zit dat je je trein mist zegt ze alsnog 'wilt u de Spits mefroouuuu?'. Op een dag zei ik mans, krachtig en zeer overtuigend: 'NEE MEFROU!'. Daar schrok ze best van. Ach, het was niet mij bedoeling om haar pijn te doen, maar ik ben er nu eenmaal gek op zelf een krant uit zo'n rek te pakken of beter nog: een van het kofferrek in de trein, me vervolgens heerlijk te settelen en lekker het nieuws te lezen.

6.2.07

Dansen

M. leerde ik dansend kennen, ook al ging hij geloof ik wat soepeler dan ik. M. kan goed dansen; op het ritme van de muziek laat hij zich volledig meeslepen in een club/bar-dancing. Daarbij weet hij altijd relaxt en stoer te kijken. Niets is erger dan mensen die dansen met verkrampte of onzekere gelaatsuitdrukkingen. Ik waag me soms ook aan een dansje, maar zit vaker met mijn billen op een kruk. Maar toch moet ik zeggen dat wanneer ik dans, ik me volledig laat gaan. Zaterdag was zo'n nacht met Fje. We begonnen rustig, met een witte wijn in de hand, wiegend en babbelend. Het wiegen ging over in lekker bewegen. Het bewegen ging uiteindelijk over in dynamieke dansjes waarbij armen, heupjes, bovenlichaam en benen naar hartelust heen en weer zwaaiden. Zwetend en al werden we rond half vijf van de dansvloer geveegd omdat de lichten aangingen.

1.2.07

Woordenschat

Sinds een paar weken heb ik weer een fantastisch bijbaantje. De tijden van sloven in de horeca, sorteren van andermans post en de dag doorbrengen in een gele polo maat XL zijn (hopelijk) voorgoed voorbij. Zo ook de tijden van mensen naar hun plaats brengen voor de Disney show en de tijden van leuren met kaartjes van feesten waar je zelf niet eens naar toe wilt. Eindelijk kan ik mijn talent inzetten om geld te verdienen. Bij een trendwatcher uit Laren. Ik help haar met schrijven van trendprognoses voor 2008/2009. Ik ben dus al helemaal op de hoogte van de trends in lingerie en kinderkleding volgend voorjaar. Bovendien heeft mijn woordenschat een ware sprint getrokken en kent nu de volgende woorden: batist, twill, nickyvelours, katoenmodaal-elastan, broderie, toplin en last but not least; seersucker.

28.1.07

Engelengeduld

M. heeft een hekel aan Ikea meubelen. Onbegrijpelijk vindt hij het dat er mensen zijn die spaanplaatkasten kopen waar gaatjes in zitten. Als je ziet wat voor meubels er uit zijn eigen handen komen begrijp je wat hij hiermee bedoeld. En lucky me dat die bouwpakketten met gebruiksaanwijzingen mij voor de rest van mijn leven gespaard blijven. Uiteraard bezoeken we Ikea wel om leuke snuisterijtjes te kopen. Lees: afwasborstels met zuignap, rietjes en fotolijstjes. Stapvoets reden we vandaag de parkeergarage van de blauwe blokkendoos in en vonden na ongeveer twintig minuten een parkeerplek. We sloegen de showroom over en wandelden van de vergieten naar de dekbedovertrekken en lampen. Ik koos een mooie kroonluchter uit voor op mijn 'werkkamer'. Aangekomen bij de lijsten wilde M. al doorlopen naar de kamerplanten maar ik floot hem terug. Immers, die ene witte muur in de woonkamer is wel heel erg wit. En zo kwam het dat wij bij de kassa stonden met twee donkerkleurige RIBBA wissellijsten en posters van prachtige stillevens. Close-ups van hele natuurlijke materialen; groene takken in vazen en in houten bakjes. Zó naturelle en dus prachtig bij de teaklook van onze woonkamer.

Eenmaal thuis begon het gedonder. Met een volle buik van de ietwat te vettige Zweedse balletjes probeerde ik uit alle macht de plaat hardboard na het plaatsen van de poster terug te drukken in de lijst. En wel op die manier dat de buigveertjes te zien bleven en vervolgens omgebogen konden worden. Het lukte me niet. M. moedigde me aan niet op te geven en toch deed ik het. Die plaat had best wat kleiner gekund, en niet zo precies-pas. Ik gaf het stokje aan hem over en na enkele pogingen lukte het M. de plaat erin te drukken. De kunst volgens hem: beginnen in de goede hoek en met beleid te werk gaan. Fantastisch. Nummer twee volgde snel en juist toen we blij waren dat de posters erin zaten ontdekte ik de klemmetjes met ijzerdraad die als ophangsysteem dienden. Te laat.

Zuchten, buigveertjes terugbuigen, platen er weer uit, klemmetjes eraan, ijzerdraadje strak draaien, platen (met uiteraard zeer veel beleid) er weer in en ophangen maar. Ik slaakte een zucht van verlichting en M. pakte de lijst krachtig en mans op om hem aan de muur te hangen toen bleek dat beiden posters opsekop hingen, of beter gezegd, we het ijzerdraadje aan de verkeerde kant hadden bevestigd. Daar gingen we weer. In totaal een uur later ploften we vermoeid doch tevreden op de bank neer en bekeken onze nieuwste aanwinsten. M. stond op en verzuchtte dat de rechterhoek van de rechterlijst niet verstek was. Ik probeerde niet te kijken naar de stofdeeltjes achter het glas. Belangrijker; het is ons gelukt en de muur is absoluut een heel stuk minder leeg en wit.

27.1.07

Saartjes

Toen mijn oma op 15 mei 2006 overleed zei mijn opa: 'ik heb gelukkig nog heel veel Saartjes in mijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen'. Ik vind dat een van de mooiste en liefste dingen die mijn opa in die dagen heeft gezegd. Nu is het zo dat onze familie gezegend is met een heleboel meisjes. En ik begrijp steeds beter wat hij bedoeld. Als ik kijk naar mijn moeder en ik hoor haar praten of lachen zie ik soms mijn oma. Dan hoop ik dat zij haar moeder ziet in ons.
Imago

Een sportief meisje ben ik nooit geweest. Ik ben wel vrij beweeglijk maar je zag mij vroeger doordeweeks niet 'trainen' of in het weekend op het sportveld staan. Dat betekent: geen hockeysticks in de gang, geen bekers, geen vaantjes, geen trotse ouders langs de lijn. En blij toe. Op een blauwe maandag ben ik badmintonles gaan volgen. Ik kreeg een echt Yonex-racket met beschermhoes en liet de shuttle eenmaal per week naar hartelust over het net vliegen. Eigenlijk heb ik geen idee hoe lang ik dit heb volgehouden. Een wedstrijd heb ik volgens mij nooit gespeeld. Daar moet je toch niet aan denken in het weekend. Sportieve vriendinnetjes had ik wel. Eentje kon echt lezen en schrijven met paarden en pony's en stond het liefst elke middag na school haar Black Beauty te roskammen. Meestal verzon ik een goede smoes om niet mee te hoeven. In de schoolpauzes was het dan weer lastiger om onder haar paardenhobby uit te komen; we hadden van die leren rijtuigjes in het 'materialenhok' en omdat zij natuurlijk ruiter was (het zou onmogelijk zijn dat ik een keer de teugels in handen nam) hees ik mijn bovenlichaam keer op keer in het tuigje en ging op haar commando in 'galop', 'draf' op 'stap'. Ze vond dat ik niet goed kon hinniken en briesen; wakker lag ik hier niet van.

Gym op de basisschool vond ik altijd leuk, vooral als we met 'pittenzakjes' op ons hoofd door de zaal moesten lopen. Ik was steengoed in het vinden van de balans; een belangrijke skill voor mijn latere leven. Dingen met ballen en matten vond ik minder. De laatste jaren heb ik weinig aan sport gedaan. Hierover zal ik niet te lang uitweiden. Ik bedoel die enkele keren dat Moos en ik besloten 'echt weer te gaan hardlopen' liepen meestal uit op een kwartier lang heftige pijnscheuten in de zij. Maar wat ik toen nog niet wist weet ik nu wel. Het gaat allemaal om de hartslag. En deze mag in mijn geval niet hoger dan 166 zijn, zo vertelde de meneer van de sportschool. En zo wist deze zekere Erik me te overtuigen van het feit dat sport 'lekker' is. Nooit had ik het zo ervaren. En zo komt het dan dit A-sportieve meisje nu naar de sportschool gaat en als een dolle staat te steppen en fietsen. Daarna een rondje apparaten voor de rug, buik, schouders, kuitjes en wat al nog niet meer. Deze week ben ik twee keer geweest en ik geloof dat het me goed heeft gedaan. Ik ben bang dat ik er echt van ga genieten. Dan zal mijn imago na 23 jaar voor eeuwig geschonden zijn.

21.1.07

In de voetsporen van...

Als het vroeger op de basisschool ging over het werk van je vader en moeder, vond ik één ding altijd bijzonder opvallend... Al die vaders van kids uit mijn klas werkten op kantoor. Het kon haast geen toeval zijn, heb ik altijd gedacht. Misschien zat ik op een school voor kinderen met vaders die op kantoor werkten, en was mijn vader toevallig geen kantoorganger. Later besefte ik dat 'kantoor' niet persé een bedrijf was, maar een plek in een gebouw waar je je overdag bevond als je bij een willekeurig bedrijf werkte.

Mijn vader was filmer, later noemde ik hem cameraman, en toen ontdekte ik zelfs dat hij ook wel eens op kantoor was, maar dat dan weer 'de zaak' of 'Hilversum' noemde. Bijzonder verwarrend allemaal. Mijn vader en moeder hebben elkaar leren kennen op de set. Tijdens opnames in de woestijn van Israël. Mijn moeder was scriptgirl en na een lange opnamedag zijn ze 's avonds samen 'verdwaald'. Vier maanden later zijn ze in Nederland getrouwd.

Als klein meisje heb ik nooit geroepen dat ik televisieprogramma's wilde maken. Toch kwam het vorig jaar op mijn pad. En natuurlijk roept nu iedereen; '...kiiind je gaat je ouders achterna!'. Dan lach ik wat, alsof ik het al jaren wist. En ik moet zeggen, het heeft ook wel wat, als je vader je belt om te zeggen dat hij met dezelfde geluidsman heeft gedraaid als jij het weekend ervoor.