16.3.05

Kaneel en haar superstage

Na precies een maand stage achter de rug en nog precies een maand stage voor de boeg ben ik tot de volgende conclusie gekomen. Van negen tot vijf werken op kantoor verminderd de concentratie en met name de productiviteit van de werknemer.

Op een dag dat ik ‘thuis werk’ bereik ik in twee uur hetzelfde resultaat als een volledige stagedag op de redactie. Beste lezer is dat geen mooi leermoment? Is daar geen prachtige competentie aan te verbinden? Niemand die het ooit durfde te zeggen. Als ik nu betaald kreeg zou ik natuurlijk ook mijn mond houden. En schaapachtig invullen dat ik acht uur zoet ben geweest. Maar pijnlijk genoeg speelt geld in mijn geval geen enkele rol.

Logischerwijs houd ik wel zeeën tijd over voor activiteiten als uitslapen, de herhalingen van soaps kijken, broodjes halen op de markt, koffie drinken met andere ‘thuiswerkende’ geluksvogels, hardlopen, bellen met mijn timmerman, lezen, nog maar eens een potje thee leegdrinken, nonchalant de stad inlopen, verliefd zijn, genieten van de zomerse temperaturen en mega mutserige logjes schrijven. Zie hier het resultaat.

15.3.05

Mannen met een missie

Een paar jaar geleden was ik een mariniersliefje. Ik zag hem alleen in het weekend en mijn moeder waste de inhoud van zijn plunjebaal. Op zondagavond ging hij terug naar Rotterdam. Soms zag ik hem twee weken niet. Dan was hij op bivak. De doordeweekse dagen waren stil maar Moos en ik waren ervan overtuigd dat ik het vol zou houden. Ook later. Dan kom je maar gewoon bij mij logeren zei ze. Weken, maanden, tot hij terug is van zijn missie. En toen ging het uit. Ik was verdrietig. Nu niet meer. Ik was er niet goed in een mariniersliefje zijn. Maar nog steeds slik ik m'n tranen weg als ik de beelden zie van de mannen die terugkomen uit Irak. Die foto in de krant van vanmorgen van een marinier die zijn meisje kust die op de nek van haar vader zit. Ze huilt, ze lacht en ze kust hem. Ik had daar kunnen staan.

14.3.05

Lachen op de markt

Vrijdag liepen Moos en ik als een soort van superhuisvrouwen een rondje over de markt. In de buggy haar nichtje Val van twee jaar oud. Onderop de buggy een net sinaasappelen. Moos kocht een bos katjes bij de bloemenman en ik stond in de rij voor kip. Mijn ogen gleden langs de filet, de drumsticks en de voorverpakte kippenvleugeltjes tot ik de man voor mij hoorde vragen; 'heeft u ook kip?' Na zijn vraag keek hij ietwat trots om zich heen. Ik was de enige die lachtte. Ja, meneer, dat was een goeie grap.
Terug

M'n nieuwe kamer is groter, lichter en heeft schattige ramen. Eén schuin dakraampje en twee ramen die je gezellig openklapt naar buiten. Zodat je de vogels op maandagochtend hoort fluiten en het getik van de stoplichten hoort. Er staan gele rozen in de vensterbank en roze tulpen op tafel. Er staat een paarse hortensia op de grond en aan de hoge witte balken hangen drie spijkerbroeken die naar wasmiddel ruiken te drogen. Ik zit in de hoek van de kamer, onder het schuine raam te genieten van mijn geluk. Want het beste van alles is; de kamer staat in Amersfoort.

3.3.05

Met je neus op de sneeuw gedrukt

Na een dag en een nacht geweldige, superwitte, romantische en vrolijk naar beneden dwarrelende sneeuw weet je meteen weer wat de keerzijde is van al dit natuurschoon. Die besmeurde modder met sneeuw gemixte fietspaden, die bevroren vingers omdat er een gaatje in je handschoen zit, die onbewuste zorg en angst om zuinig kijkende schuifelende bejaarden en vooral het feit dat je iedereen er over hoort praten. Veel he? Nou he. Wit he? Nou he. Mooi he? Poe ja. Koud he? Brrrr...Veel vertraging he? Ja joh. Wel leuk he? Heel leuk. Onverwacht he? Zeker.

1.3.05

Dondersgezellig

Meestal ben ik niet zo'n held met bejaarden. Maar dat mannetje vanmorgen in de wachtkamer was echt leuk. Hij kwam uit 1920. En zijn vrouw uit 1919. Hij vertelde over vroeger, toen ze met paard en wagen over de bevroren Rijn reden. En hij kakelde niet alleen over zichzelf maar stelde mij ook vragen. En ouderen die dat doen, scoren. Daar zijn er niet veel van. Of ik wel eens wat gebroken had, wilde hij weten. Jammergenoeg moest ik nee zeggen en hem een spectaculair verhaal onthouden. Gelukkig kon hij er wel wat moois over vertellen. Hij had een keertje een ongeluk gehad met een traktor. Een traktor die op kolen reed. Sleutelbeen gebroken. Nou hij was ook wel eens uit de kersenboom gevallen. Maar dan klom 'ie er gewoon weer in. En toen zei hij 'het waren arme tijden, maar het was dondersgezellig!'. Toen viel zijn pet van zijn knie en hij lachte zo guitig. Ik geloofde hem onmiddellijk.

27.2.05

Penseel en ik

Die ongemakkelijkheid die er ontstaat als je op een klein terrein bent omgeven door mensen die elkaar allen niet kennen. Vreselijk. Zo stonden we daar, een jaar geleden, op station Boxmeer. Te wachten op het busje dat ons op zou halen. Van heinde en verre gereisd, uren in die trein gezeten. Door bossen en weilanden aangekomen in Brabant. En zij ook, maar dat wist ik niet. Tot ze zei 'Hey, jij komt uit Amersfoort!' en ik antwoordde 'Ja!' Ze lachte naar mij en ik lachte naar haar en de rest stond jaloers te kijken en voelde zich nog ongemakkelijker dan daarvoor. Lucky we.

Zo begon de training voor de zomer. We stonden om 7 uur op om te tae-boen in het vochtige gras, kregen een EHBO-workshop en sliepen in een oude varkensstal. Penseel en ik naast elkaar met driedubbele pyjama's aan en diep weggekropen in onze slaapzakken. Een vriendschap was geboren. We leefden ons uit op het volleybaldveld en op de petanque baan en aten iedere middag wel acht boterhammen. Er kwamen honderd kinderen op bezoek die we in groepen mochten vermaken door middel van het schilderen van paaseieren en speurtochten door de weilanden. We liepen vier dagen in ons trainingsbroekie en hadden de tijd van ons leven.

Na die dagen hebben we Boxmeer verruild voor de thuisbasis. Amersfoort. Zo af en toe drinken we baileys in de Lobbes of een biertje in de Engel. Zo af en toe gaan we samen hardlopen. Soms botsen we tegen elkaar op in de Bruna op het station. We zien elkaar in ieder geval iedere week. In de trein, bij de bushalte, in de kroeg en binnenkort op zondagmiddag bij een hippe tent waar we beiden gaan werken. Penseel en ik.