7.8.09

ON Y VA!

Het leek me nou altijd al zo enig dat wanneer je een rijbewijs hebt, je zomaar kunt bedenken: ik rij nu naar Frankrijk! Ik bedacht het, samen met Moos en nam drie dagen vrij. Morgenochtend is het zover, dan vertrekken de dametjes voor een aantal dagen naar de Franse zon, om uit te rusten, wijn te proeven en hun boekje te buiten gaan wat betreft de kaashobby. Ik kan het bijna niet geloven, zo stoer en enig vind ik dit. Ja, ik blijf mezelf verbazen: on y va!

9.7.09

Tennis

Vanochtend zag ik een man tennissen met een hond. In alle vroegte, langs de snelweg bij Baarn. De man had zijn zwarte auto even in de berm geparkeerd en sloeg in het weiland een balletje naar een grote zwarte hond, die ongeveer tien meter verderop stond. Als de hond de bal had bracht hij deze direct terug naar de baas. De man oefende dus vooral met serveren.

15.6.09

Thumb up

Een van de eerste weken dat ik in het bezit was van mijn rijbewijs B, scoorde ik op de snelweg punten bij een motorrijder. Hij reed zo een beetje tussen de file door en ik, die dat tijdig opmerkte en bovendien ook nog reageerde, maakte een klein beetje plaats voor de beste man door ietwat naar links te sturen en hij erlangs kon. Hij haalde me in en terwijl hij me passeerde stak hij zijn linkerduim op. Ik was verbaasd, trots en ietwat verrast door mijn eigen manoeuvre.

Over het algemeen vind ik motorrijders verschrikkelijk, daar ze onvoorspelbaar zijn, debiele pakken dragen en gevaarlijk doen. Maar dit voelde goed en ik besloot de motorrijders vaker van dienst te zijn. En zo ook dit weekend, terwijl die zak gewoon doorreed alsof het de normaalse zaak van de wereld was dat ik voor hem een halve meter opschoof. De arrogantie! En juist toen ik besloot om dat eens zwart op wit te zetten reed ik vanochtend in alle vroegte naar Hilversum, maakte ik plaats voor een motorijder en moest ik twee keer knipperen... maar zag ik het goed: de duim ging omhoog. En zo kwamen zowel hij als ik beide uiterst tevreden op bestemming aan.

10.6.09

Afwisseling

Moos en ik besloten gisteravond om vanochtend gaan zwemmen. En aangezien dat dan dus voor het werk moest gebeuren, spraken wij om half acht af voor Het Zwembad. Make-uploos togen wij het bad in en mengden we ons tussen de andere zwemmers, grotendeels bejaard. In eerste instantie begreep ik niet waarom de 65 plussers zo nodig zo vroeg moesten komen, ik bedoel ik moest wel op dit tijdstip, maar zij?! Moos stelde vast dat zij om vijf uur klaarwakker zijn en dan niet meer kunnen slapen dus ik gaf ze het voordeel van de twijfel en trok nog een baantje.

Het zwemmen ging lekker maar wat wel zo was: wij moesten aan de kant. Zij niet. Het gaf me een licht onderdanig gevoel om steeds een aantal slagen naar de zijkant te maken als er weer een oma zonder op of om te kijken aan kwam spartelen, maar ‘ala’. En toen ineens, tijdens het laatste baantje maakte ze toch contact en zei terwijl ze een soort zelfbedachte slag maakte waarbij haar wangen steeds om en om het wateroppervlak raakten: ‘ik zie ineens twee onbekende gezichten!’. Ze zei het snel en zelfverzekerd. Terwijl ik me direct afvroeg wat ze met deze botte doch oprechte opmerking bedoelde voegde ze er aan toe: ‘prima hoor, wat afwisseling’ en zwom door.

4.6.09

Kantoorpik

Vanmiddag moet de auto naar de garage en zo kwam het dat ik vanochtend de ouderwetse ‘ik haal hem niet!’ treinstress had. Na het bruut doch veilig parkeren van mijn rijwiel stormde ik naar de kaartjesautomaat voor een enkele reis Amsterdam en holde ik naar het perron. Na vier maanden reizen in de voiture vielen verscheidene dingen toch best wel mee. Zo vond ik het prettig om weer eens een kijkje te nemen in Metro en ook het aanbrengen van de dagelijkse maquillage ging me beter af zonder het tussendoor optrekken vanwege file. Echter na een kwartier gebeurde het. De ‘zakenman’ (boring) tegenover mij, met zijn keurig gestreken overhemd, iets te lange bruine stekels, hippe brilletje en plastic rugzak (ken je ze? Die hardplastic rugtassen- why?) viel in slaap.

Het NRC viel langzaam uit zijn hand en hij liet zijn hoofd naar achteren vallen, tegen de groenpaarse hoofdsteun van de Deutsche trein. Ik vond het: afschuwelijk. Zijn mond zakte steeds verder open en zijn kleine bruine reeĆ«nogen waren niet meer te zien, maar wel zo’n eng randje oogwit, wat me misselijk maakte. Zijn iele lichaam schokte heen en weer in de stoel vanwege het wiebelen van de trein en ik wist dat het elk moment kon beginnen: de snurkgeluiden. Ik hapte naar lucht en twijfelde geen seconde. Ik graaide de krant, mijn papieren, boek en vestje bij elkaar, propte alles in mijn tas en vluchtte de coupĆ© uit. De laatste tien minuten bracht ik door in een halletje van de trein, niet ideaal, maar gewoon fijn just Me, Myself and I. Hopelijk zit ik snel weer lekker in de wagen. En als ik dan zo’n kantoorpik zie die in zijn neus peutert of me op een andere manier irriteert, haal ik hem gauw keihard in. Weg met die gasten.

7.5.09

Een beetje verliefd

Ik ben in de ban van een veertiger. Sinds ik hem ken van naam vind ik hem al leuk, maar het gevoel is heviger geworden sinds ik hem heb gezien. Op zaterdagavond 18 april in de Coninckstraat. Ik had een leuk grijs/rood/roze jurkje aangetrokken en dronk witte wijn. Er waren meer mensen bij en toch voelde het alsof hij er een beetje speciaal voor mij was. Of hij dit zelf ook zo ervaren heeft weet ik niet en kan me ook niet zo heel veel schelen.
Als ik ’s ochtends wakker word verheug ik me op het moment dat ik in de auto zit, omdat ik dan ongegeneerd en minstens een uur samen met hem ben. Tot aan de snelweg, op de lange A1 en zelfs nog op een klein stukje A10. Als ik in Amsterdam arriveer en de auto parkeer voel ik me meestal dromerig en rustig en soms zelfs een beetje verliefd. Op Spinvis.

4.5.09

I did it.

Ja, ja, ja, ik heb mijn rijbewijs! Vandaag over een week precies drie maanden. En ik rij de sterren van de hemel, vind ik zelf althans. Op woensdagmiddag 11 februari gebeurde het. Een staatsexaminator van een jaar of zestig en drie vingers aan zijn rechterhand schudde deze met de mijne en feliciteerde me met het behalen van mijn rijbewijs.

De sessie die voorafging aan de examenrit stond grotendeels in het teken van verdriet en teleurstelling. En dat mocht -nee moest- ik tonen van meneer. Nog voordat hij dat zei was ik uiteraard al in tranen uitgebarsten en reikte hij me een servet aan. Toen ik na een kwartier weer verstaanbaar kon praten vertelde ik hem van het tweejaar durende drama, de vier mislukte pogingen, de duizenden euro's, de eikels van instructeurs en examinators en de eeuwige teleurstelling in mezelf. Dit alles speelde zich af in een restaurant van een van der Valk hotel. Het enige dat ik miste was dramatische klassieke pianomuziek.

Toen kwam het moment van 'stoppen met kijken naar het verleden, anders kun je nooit een nieuwe start maken'. Het kostte me grote moeite, maar ik bedaarde en toen meneer mij relaxt genoeg inschatte om een voertuig te besturen liepen we naar de Polo om 'een stukje te gaan rijden'. Het ging zowaar perfect en eenmaal terug op de parkeerplaats volgde het eerder beschreven felicitatiemoment. En hoewel ik direct weer begon je janken en die meneer daar volgens mij op dat moment 'wel een beetje klaar mee was', was het een van de mooiste momenten in mijn leven tot nu toe.