24.2.08
Van Fje kreeg ik laatst de dvd van het eerste seizoen Julia's Tango. Een topkado! Ik heb genoten van alle afleveringen. Ik ben zo'n meisje dat dan ook een Bed & Breakfast wil beginnen met vriendinnen en zin heeft in Argentijnse zon. Ik kreeg spontaan zin om mijn wijnkennis bij te spijkeren en de jurkjes uit de serie te dragen. Dat laatste gaat waarschijnlijk lukken want ontwerpers van Steps hebben maar liefst twintig Argentijnse jurkjes ontworpen. Vanaf 21 maart te koop bij 93 Steps filialen. Leuk!

Rust en geduld
Ik twijfel nog over wat ik het allerergst vind aan deze nog steeds niet geslaagde operatie. Dat mijn UP soms vragend, maar met een lach zegt 'heb je hem nou nog steeds niet...?!' en ik op mijn wang moet bijten om niet te midden van al mijn collega's in tranen uit te barsten of dat steeds iedereen vraagt 'wanneer mag je op?' en ik verbitterd moet zeggen dat ik dat helaas nog niet weet. Of dat gevoel dat ik maanden geleden had als mensen aan me vroegen 'wanneer ga je de snelweg op?!' en ik weemoedig mijn schouders ophaalde. Hoe vaak ik me toen niet voorgenomen heb om dan daar in ieder geval een piepklein beetje over te liegen... 'Snelweg? Oh, ben ik allang geweest. Stukje A2 gepakt, kon lekker doorrijden, was prima'. En dan mag je eindelijk die snelweg op en voelt dat als een mijlpaal in je leven en dan blijkt het een koud kunstje te zijn, maar wil meneer meer van me zien als het gaat om een stukje beheersing en rust. Kijken, kijken en kijken in die spiegels. Ik heb al sinds die les op het industrieterrein zin om eens keihard te brullen: 'KIJK ZELF MAN, IK KIJK TOCH!'. Misschien heeft mijn rijinstructeur gewoon een brilletje nodig.
En dan nog de geldkwestie. Een les kost 41 euro, oftewel een kwartiertje rijden kost meer dan een tientje, de bejaarden van deze samenleving zouden zeggen: 'meer dan tweeentwintig gulden'. En dat is zuur. Om een voorbeeld te noemen: een kwartier rijden is duurder dan 22 minuten zonnebank. En als je pech hebt sta je van die vijftien minuutjes er minstens vijf voor een rood licht. Dat is erg, maar wat echt verschrikkelijk is is dat de punten waarop het misgaat de dingen zijn die ik de laatse jaren vaker heb gehoord. Van vriendjes, vriendinnen, mijn moeder en collega's. 'Kaneel, het is in de basis goed, maar breng er iets meer rust in'. 'Kaneel, het kan allemaal iets minder roekeloos...'. En de allerergste: 'Kaneel, heb jij hier eigenlijk wel geduld voor?' Geduld? Ik doe nu al een jaar zo mijn best. Geef me nou gewoon dat rijbewijs. Want ook niet geheel onbelangrijk: zo'n auto zou me echt sieren. En als je goed om je heen kijkt kun je dat niet van alle weggebruikers zeggen.
Hobby'sVandaag was zo'n onverwachte erg leuke zaterdag, waarbij ik met mijn lunchvriendin L. even langs ging bij stressvriendin L. (de stress is normaalgesproken niet kenmerkend voor haar, maar ze moet dinsdag haar scriptie inleveren- vandaar) langsging en we besloten met elkaar te eten. Bij mij. Kaasfondue. Ik zorgde voor het stokbrood, de bakjes komkommer, wortel en druiven en een pan vol kaas, bouillon en witte wijn.
De tafel had ik uiteraard leuk gedekt en L. en L. bewonderden mijn roze primula's die ik in een oud wijnkistje heb geplant, de bollen op pot (rode tulpen) en tot slot het bakblik met het toetje van de dag ervoor: een zelfgemaakt kwarktaartje met cruesli Balans en diepvriesframbozen. Op dat momenten beseften L. en L. en ik dat het maar goed is dat ik geen internetdater ben. Welke man zou verder klikken na het lezen van mijn profiel? 'Kaneel, 24 jaar. Hobby's: schrijven, lezen, breien, haken, naaien, koken, bakken, plantenverzorging'. Nobody. Ben ik even blij dat ik redelijk goed ben in het ontmoeten van mannen in de echte wereld en zo af en toe een indruk op ze maken. En dat met deze hobby's. Ik mag mijn handjes dichtknijpen.
11.11.07
Vallen in de trein
In de intercity van half negen naar Amsterdam Centraal dommelen veel mensen weg. Vaak zelfs al voordat de trein vertrokken is. Men gaat zitten, nestelt zich, sluit de ogen en is weg. Ik ben er geen ster in, soezen in het openbaar vervoer. Ik vind het wel fascinerend om te zien dat mensen zich totaal ontspannen, enorm beginnen te snurken of heel erg lelijk worden. Daar geniet of gruwel ik van, afhankelijk hoe aantrekkelijk de in slaap vallende persoon is.
Vorige week maandag overkwam het mijzelf. Ik had een korte nacht achter de rug en was moe. Ik verkoos een tweezitje, trok mijn winterjas uit en kroop half in mijn sjaal en half in mijn dampende cappuccino. Toen die op was gooide ik het bekertje speels in het te kleine stalen prullenbakje en vertrokken we richting Amsterdam. Naast mij kwam een rossige knul zitten van een jaar of vijfentwintig. Ik was te moe om hem vriendelijk gedag te knikken en droomde weg op de muziek van mijn i-pod. Enkele minuten later gebeurde het. Ik zakte weg in een diepe slaap en voordat ik het wist schrok ik plots wakker, viel half van de oranje skailederen bank en gaf mijn buurjongen met mijn platte hand een klap tegen zijn borst.
Medereizigers keken verschrikt op. Gauw ging ik rechtop zitten, zette mijn i-pod op pauze en bood mijn verontschuldiginngen aan. 'Sorry' mompelde ik, 'ik val normaal nooit in slaap in de trein maar ik ben nu heel erg moe en ik dacht misschien echt even dat ik echt in bed lag en...'. De jongen onderbrak me en zei 'je viel even'. 'Ja', zei ik. 'Ik viel even'. Zijn rossige hoofd lachte vriendelijk naar me en ik lachte wat bedeesd terug. Zo gaat dat dus, als je in weg doezelt in de trein. Respect, begrip en solidariteit tot je erbij neervalt.
In de intercity van half negen naar Amsterdam Centraal dommelen veel mensen weg. Vaak zelfs al voordat de trein vertrokken is. Men gaat zitten, nestelt zich, sluit de ogen en is weg. Ik ben er geen ster in, soezen in het openbaar vervoer. Ik vind het wel fascinerend om te zien dat mensen zich totaal ontspannen, enorm beginnen te snurken of heel erg lelijk worden. Daar geniet of gruwel ik van, afhankelijk hoe aantrekkelijk de in slaap vallende persoon is.Vorige week maandag overkwam het mijzelf. Ik had een korte nacht achter de rug en was moe. Ik verkoos een tweezitje, trok mijn winterjas uit en kroop half in mijn sjaal en half in mijn dampende cappuccino. Toen die op was gooide ik het bekertje speels in het te kleine stalen prullenbakje en vertrokken we richting Amsterdam. Naast mij kwam een rossige knul zitten van een jaar of vijfentwintig. Ik was te moe om hem vriendelijk gedag te knikken en droomde weg op de muziek van mijn i-pod. Enkele minuten later gebeurde het. Ik zakte weg in een diepe slaap en voordat ik het wist schrok ik plots wakker, viel half van de oranje skailederen bank en gaf mijn buurjongen met mijn platte hand een klap tegen zijn borst.
Medereizigers keken verschrikt op. Gauw ging ik rechtop zitten, zette mijn i-pod op pauze en bood mijn verontschuldiginngen aan. 'Sorry' mompelde ik, 'ik val normaal nooit in slaap in de trein maar ik ben nu heel erg moe en ik dacht misschien echt even dat ik echt in bed lag en...'. De jongen onderbrak me en zei 'je viel even'. 'Ja', zei ik. 'Ik viel even'. Zijn rossige hoofd lachte vriendelijk naar me en ik lachte wat bedeesd terug. Zo gaat dat dus, als je in weg doezelt in de trein. Respect, begrip en solidariteit tot je erbij neervalt.
23.7.07
Klein kontje
Collega V. zette mij vanavond af op Utrecht CS. Ik nam de Jaarbeurs ingang en baande mij een weg door de mensen die door Hoog Catherijne sjokten. Ik passeerde de winkels en de accordonspeler en lachte vriendelijk naar hem. Op weg naar de kaartjesautomaat liepen er twee 'zakenmannen' (lekker breed- niet die mannen, maar die zaken; het kan van alles zijn) naast mij. 'Van de voorkant dacht ik wauw' zei de ene, 'maar toen ik die achterkant zag...' Even dacht ik dat ze het over mij hadden. 'Welke broek heb ik aan' dacht ik vlug, terwijl ik stoicijns doorliep. 'Zo'n klein kontje...' zei de ander. 'Heel klein ja' zei de ander. Heel klein?! Dat laatste vond ik dan wel weer positief, maar zo en public besproken worden (door twee nerds in pak) dat kan toch niet. Ik besloot me om te draaien en de mannen doordringend en vol afgunst aan te kijken. Op het moment dat ik dat deed zag ik de heren door de glazen ruit naar buiten wijzen. 'Dat is al een stuk beter...' zei de een. 'Voor een type in die klasse dan' viel zijn collega hem bij. Het moest toch niet gekker worden. Ik bekeek de saaie grijze mannen zorgvuldig en keek vervolgens naar buiten. Daar waren echter geen babes te bekennen. Ze hadden het over auto's.
Collega V. zette mij vanavond af op Utrecht CS. Ik nam de Jaarbeurs ingang en baande mij een weg door de mensen die door Hoog Catherijne sjokten. Ik passeerde de winkels en de accordonspeler en lachte vriendelijk naar hem. Op weg naar de kaartjesautomaat liepen er twee 'zakenmannen' (lekker breed- niet die mannen, maar die zaken; het kan van alles zijn) naast mij. 'Van de voorkant dacht ik wauw' zei de ene, 'maar toen ik die achterkant zag...' Even dacht ik dat ze het over mij hadden. 'Welke broek heb ik aan' dacht ik vlug, terwijl ik stoicijns doorliep. 'Zo'n klein kontje...' zei de ander. 'Heel klein ja' zei de ander. Heel klein?! Dat laatste vond ik dan wel weer positief, maar zo en public besproken worden (door twee nerds in pak) dat kan toch niet. Ik besloot me om te draaien en de mannen doordringend en vol afgunst aan te kijken. Op het moment dat ik dat deed zag ik de heren door de glazen ruit naar buiten wijzen. 'Dat is al een stuk beter...' zei de een. 'Voor een type in die klasse dan' viel zijn collega hem bij. Het moest toch niet gekker worden. Ik bekeek de saaie grijze mannen zorgvuldig en keek vervolgens naar buiten. Daar waren echter geen babes te bekennen. Ze hadden het over auto's.
20.7.07
De ladderwagen
Vanavond vertrekt M. met zes vrienden en twee auto's naar het Franse Argeles voor een weekje ontspanning en vertier met mannen. Gisteravond beleefden wij dus onze 'laatste avond' samen (zo noemde ik het althans, M. zei steeds 'Kanéél... het is niet de allerlaatste avond samen- duh nee; thank God). Zo slenterden wij rond een uur of acht richting stad en ploften neer op het terras van Máárrrimbá- de Mexicaan. Twee voorgerechten, drie maistortilla's en vier Corona later waren we moe, gelukkig en verzadigd en liepen we dezelfde weg-maar dan terug.
Thuis aangekomen zouden we onze laatste (volgens M. niet de allerlaatste- lucky me!) romantische en spannende nacht samen beleven. Dat er een brandweerauto in de straat zou staan had ik niet verwacht en ook niet echt gehoopt. Gelukkig zagen we al snel aan de relaxte houding van de brandweermannen (dit alles hangend uit het dakraam van de slaapkamer, heerlijk met het bovenlichaam tegen het hout van het kozijn aan gevleidt) dat het geen brand betrof. Beter. M. belde vriend J. van de brandweer, die helaas niet was uitgerukt. Zou natuurlijk wel tof zijn geweest; beetje op straat hangen met brandweermannen die je kent. Ik zag mezelf al zelfverzekerd en tevreden op de rode wagen zitten, mijn benen bungelend naar beneden en een glas wijn in de hand, een interessant gesprek voerend met een van J's collega's.
In plaats daarvan bekeek ik alles vanuit het Velux raam, mijn ogen zoekende naar weggelopen katten hoog in de bomen. Ik deed ook nog een miauwende kat na- wat volgens M. niet grappig was-ook al vond ik zelf van wel. Toen vertelde J. aan M. dat het een stel betrof dat zichzelf buitengesloten had, en wat bleek: onze overburen. Eersterang plaatsen hadden we dus, ook al was ik even bang dat de verwarming waar mijn tenen zich omheen hadden gekruld op het punt stond in te storten. Ik besloot een krukje te pakken en opnieuw te gaan staan.
Al snel vouwde de ladderwagen zich uit en steeg Peter de Wilde (zo vertelde J. ons) naar ongekende hoogte de lucht in en opende vanuit zijn 'bakje' het Velux raam aan de overkant. Het stel stond vol spanning en opluchting met een glas rosé in de hand te applaudisseren op het dakterras. 'Je bent geweldig...!' riep zij naar boven terwijl hij er wat schaapachtig naast stond. Ik voegde hier '...Peter de Wilde!' aan toe; maakt het toch net een tikkie persoonlijker. Peter keek voordat hij naar binnen ging nog even op; zijn zaklamp scheen fel in mijn ogen en ik zwaaide naar hem.
Hierna volgde de ontknoping; Peter bevrijdde het stel en enkele buren klapten en joelden. M. klapte resoluut het raam dicht en legde me in bed. Toen besloten we samen dat wij zelf nooit om een dergelijke reden een ladderwagen voor zouden komen laten rijden. M. bijvoorbeeld was zelf op het dak op geklommen en ik zei met gepaste trots dat ik waarschijnlijk via het dakterras van de buren naar de voordeur was gelopen om het keukenraampje in te tikken. Dat vond M.nog een beter plan dan zijn eigen. En zo vielen we gelukkig, uitgeput en tevreden in slaap.
Vanavond vertrekt M. met zes vrienden en twee auto's naar het Franse Argeles voor een weekje ontspanning en vertier met mannen. Gisteravond beleefden wij dus onze 'laatste avond' samen (zo noemde ik het althans, M. zei steeds 'Kanéél... het is niet de allerlaatste avond samen- duh nee; thank God). Zo slenterden wij rond een uur of acht richting stad en ploften neer op het terras van Máárrrimbá- de Mexicaan. Twee voorgerechten, drie maistortilla's en vier Corona later waren we moe, gelukkig en verzadigd en liepen we dezelfde weg-maar dan terug.
Thuis aangekomen zouden we onze laatste (volgens M. niet de allerlaatste- lucky me!) romantische en spannende nacht samen beleven. Dat er een brandweerauto in de straat zou staan had ik niet verwacht en ook niet echt gehoopt. Gelukkig zagen we al snel aan de relaxte houding van de brandweermannen (dit alles hangend uit het dakraam van de slaapkamer, heerlijk met het bovenlichaam tegen het hout van het kozijn aan gevleidt) dat het geen brand betrof. Beter. M. belde vriend J. van de brandweer, die helaas niet was uitgerukt. Zou natuurlijk wel tof zijn geweest; beetje op straat hangen met brandweermannen die je kent. Ik zag mezelf al zelfverzekerd en tevreden op de rode wagen zitten, mijn benen bungelend naar beneden en een glas wijn in de hand, een interessant gesprek voerend met een van J's collega's.
In plaats daarvan bekeek ik alles vanuit het Velux raam, mijn ogen zoekende naar weggelopen katten hoog in de bomen. Ik deed ook nog een miauwende kat na- wat volgens M. niet grappig was-ook al vond ik zelf van wel. Toen vertelde J. aan M. dat het een stel betrof dat zichzelf buitengesloten had, en wat bleek: onze overburen. Eersterang plaatsen hadden we dus, ook al was ik even bang dat de verwarming waar mijn tenen zich omheen hadden gekruld op het punt stond in te storten. Ik besloot een krukje te pakken en opnieuw te gaan staan.
Al snel vouwde de ladderwagen zich uit en steeg Peter de Wilde (zo vertelde J. ons) naar ongekende hoogte de lucht in en opende vanuit zijn 'bakje' het Velux raam aan de overkant. Het stel stond vol spanning en opluchting met een glas rosé in de hand te applaudisseren op het dakterras. 'Je bent geweldig...!' riep zij naar boven terwijl hij er wat schaapachtig naast stond. Ik voegde hier '...Peter de Wilde!' aan toe; maakt het toch net een tikkie persoonlijker. Peter keek voordat hij naar binnen ging nog even op; zijn zaklamp scheen fel in mijn ogen en ik zwaaide naar hem.
Hierna volgde de ontknoping; Peter bevrijdde het stel en enkele buren klapten en joelden. M. klapte resoluut het raam dicht en legde me in bed. Toen besloten we samen dat wij zelf nooit om een dergelijke reden een ladderwagen voor zouden komen laten rijden. M. bijvoorbeeld was zelf op het dak op geklommen en ik zei met gepaste trots dat ik waarschijnlijk via het dakterras van de buren naar de voordeur was gelopen om het keukenraampje in te tikken. Dat vond M.nog een beter plan dan zijn eigen. En zo vielen we gelukkig, uitgeput en tevreden in slaap.
15.7.07
Gisteren was een typische zaterdag. Ik was moe van mijn stapavontuur van vrijdagavond, was desondanks vroeg uit bed gegaan wegens visite en zat 's middags met Moos aan tafel thee te drinken. Het zou 27 graden worden en dat was misschien ook zo, maar in plaats van zon waren daar enkel wolken. Toch wou Moos 'er even uit'. 'Een stuk fietsen', zo stelde zij voor. Ik zuchtte en zocht naar een alternatief. M was niet thuis, hij stond te zweten, dansen en zuipen (een wilde gok) op Dance Valley (spreek uit met een lage, donkere, ietwat hese stem en zeg geen Dence- maar DAnce Valley, dus met een volle ronde A).
Al gauw kwamen we op het idee om 'een stukje te gaan rijden' in M's auto. 'Nee, kunnen we niet maken, stel je voor dat we iemand aanrijden'... 'Kun je wel achteruit eruit draaien?' 'Ja, we doen het...' 'Het is wel gevaarlijk' 'Boeiend, we doen het'. We besloten te kiezen voor M's oude auto, de witte betrouwbare Golf die al weken onbereden voor de deur staat. Ik begon. Sleutel erin, koppeling in, in zijn achteruit en de handrem eraf. (Heerlijk, geen instructeur die roept dat ik mijn lampen vergeet en voordat ik ga rijden met twee handen de binnenspiegel goed moet zetten. Eindelijk rust.)
Moos had het volste vertrouwen in me, de buurman die zijn kozijn stond te schilderen ogenschijnlijk iets minder, maar ik hield vol, liet me niet van de kaart brengen door de schokkerige manier van achteruit bewegen en bleef lachen toen de auto afsloeg. In een prachtige lijn stuurde ik hem met zijn kontje de straat in en reed weg. Moos juichde. Op een parkeerveld verderop hebben we gereden, als Thelma en Louise die zojuist een bank hadden beroofd. Trots, licht opgefokt en vrolijk.
Met de radio aan hebben we geoefend achteruit in te parkeren. Omstebeurt stuurden we de Golf in de parkeerhaventjes. Netjes binnen de lijntjes en al draaiend aan het stuur tevreden naar elkaar kijkend. Ook leuk; een beetje playbacken op de muziek om zo aan langskomende voetgangers en fietsen te laten zien dat autorijden je geen enkele moeite kost. Na een uur vermaak besloten we het bakkie terug te rijden naar de straat. Uiteraard parkeerden we hem in een andere parkeerhaven; leuk voor M tijdens zijn terugkomst van DAnce Valley.
Abonneren op:
Posts (Atom)
