17.4.16

Aleyna deel twee


Terwijl ik door de lentezon wandel bedenk ik me dat Aleyna zich naast haar hoofdbaan kleding repareren, zich ook bezig houdt met kleding stomen. En mijn beige, lange jas van ZARA kan op zijn zachtst gezegd wel een stoombeurt gebruiken. Mijn moeder zou deze jas een "tussenjas" noemen. Niet winters, niet zomers, maar PER-FECT voor deze tijd van het jaar. Aangezien mijn zwarte leren jasje weer gemaakt is en na jaren ook weer aan het lusje opgehangen kan worden aan een kapstok, besluit ik van jas te wisselen en terug te gaan naar Aleyna.

Aleyna neemt de jas aan, spreidt hem theatraal uit over haar toonbank en zet haar bril op om de jas van top tot teen te kunnen bestuderen. Als een dierenarts die deskundig het zere pootje van een hond bekijkt richt ze zich op de vlekken op het voorpand en bestudeert ze eerst de linker- en dan de rechtermouw. Na een kleine twee minuten is ze klaar en knikt tevreden. Een tientje kost het en dan kan ik mijn jas geheel fresh over een dag of vier weer in ontvangst nemen. Ik krijg een oranje bonnetje, groet vriendelijk en loop de zaak uit.

Dan roept ze me ineens terug. Ik verstijf me en draai me om. Ze heeft weer die strenge blik. Ze vraagt me even mee te kijken naar de rechterzak op de jas. 'Hier zit een héél groot gat', zegt ze tegen me. Daarna vraagt ze wat ik ermee wil. Ik stamel dat ik het zeer op prijs zou stellen als Aleyna het gat zou repareren. Voldaan krabbelt Aleyna op de afgiftebon + REP 5,- Ietwat vertwijfeld verlaat ik het pand.

Het beeld van de schaar en Aleyna's blote knieën en bovenbenen laat me tot op de dag van vandaag niet los.

16.4.16

Aleyna deel één


Ik toog vanochtend rond de klok van tien naar Aleyna. Ik liep er op een of andere manier heel nonchalant bij. Goed uitgeslapen, een chocoladecroissant in mijn hand en een grote Franse rieten mand om mijn arm. De zon scheen en ik kon niet wachten om bij Aleyna mijn gerepareerde lievelingsbroeken en leren jasje op te halen. In het winkeltje van Aleyna wachtte ik op Aleyna. Boven de toonbank heeft Aleyna een vrij groot portret van zichzelf hangen, wat fijn is, want ook al is ze dan achter, je hebt het gevoel dat ze toch ook een beetje bij je in de buurt is.

Op het kledingrek hangen de gerepareerde goederen netjes te wachten op hun eigenaren en als Aleyna met een centimeter om haar nek aankomt om mijn bonnetje aan te nemen, loopt ze in één rechte lijn op haar doel af. Ze weet mijn setje gerepareerde kleding direct te vinden. Zelfverzekerd haalt ze het jasje van de hanger en laat me zien hoe ze de voering van de mouw vakkundig heeft hersteld. Dan wordt ze eventjes heel streng. Ze kijkt me me met haar donkere ogen aan, laat haar wenkbrauwen iets zakken en zegt: 'het lusje was ook kapot...' Aleyna laat duidelijk even een stilte vallen voor een eventuele reactie van mij. Die komt niet. Dan vervolgt ze ietwat bazig: 'dus dat heb ik meteen gerepareerd.'

In de blauwe spijkerbroek zit een nieuwe rits. Waar een jaar garantie op zit, vertelt Aleyna. Maar ik hoef het bonnetje ABSOLUUT niet te bewaren, want, zegt ze; 'ik herken mijn ritsen echt uit duizenden...'. Er valt nu een geheimzinnige stilte. Er komt een trendy vrouw met een pittig blond kapsel binnen die geen idee heeft van Aleyna's unieke naaiprestaties. Aleyna buigt zich over de toonbank, klapt broek nummer twee theatraal open en zoekt dan de plek op waar het allemaal om gaat. Een doorgesleten plek recht naast de rits, ofwel: precies DAAR, op de plek van de- mijn verloskundige zou zeggen: fagiena-. Ik heb DAAR nog nooit eerder een slijtplek gehad in mijn spijkerbroek, en ik weet de oorzaak niet, maar volgens Aleyna komt ze het toch wel geregeld tegen. Ze zegt: 'ik heb dit echt goed gerepareerd mevrouw, maakt u zich geen zorgen. Het is echt heel erg stevig, en weet u, als het weer stuk gaat: het is toch ook de mode.' Ik dank Aleyna en pak mijn portemonnee uit de mand om te betalen.

Dan ineens tilt ze haar voet op en vervolgens haar hele been. Boven de toonbank zie ik nu Aleyna's knie torenen met in haar spijkerbroek een keurige rechte scheur, nee, KNIP, van minimaal tien centimeter. Maar Aleyna laat me ongevraagd nog meer zien. Ze doet haar blouse omhoog, en er komt meer en meer been tevoorschijn. Ook op haar bovenbeen zitten twee enorme gaten. Haar ogen beginnen te twinkelen en dan zegt ze: 'dit doe ik ook allemaal zelf...'. Het wordt mij teveel. Ik besluit te betalen. Mijn blik blijft rusten op de enorme zilverkleurige schaar die op de toonbank ligt. Ineens bekijk ik Aleyna door andere ogen.

15.4.16

Mevrouw Pistache



Men waarschuwde mij al voor haar. De mevrouw van IJssalon Pistache. Want ook al is alles in haar salon roze, spaart ze koelkastmagneten die met het thema ijs te maken en hebben en spreekt ze kinderen aan met teksten als: 'Beste afzwemmers en jarigen, komen jullie het Mickey Mouse-ijsje of toverfee-ijsje binnen 1 week halen?', toch moet je op je hoede zijn. Zo schijnt. Haar uitstraling en toon is gezellig en vriendelijk, maar o wee als er iets niet gaat zoals mevrouw Pistache dit het liefste ziet; dan kan de sfeer in de salon zomaar ineens helemaal omslaan. Zo bestelde er ooit iemand een combinatie van twee bollen ijs waar mevrouw Pistache niet achter stond. Hij kreeg het ijsje niet mee, en heel gezellig werd het die avond ook niet meer.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee, dus daar ging ik. Toen ik de ijssalon binnenstapte vroeg ik me af: waarom is alles hier roze? Mevrouw Pistache gaf me direct antwoord, middels een duidelijke uitleg op de muur. Op een roze bord met daarop een afbeelding van een goed gevulde oubliehoorn staat met duidelijke, ronde, vrolijke letters geschreven: 'Bij roze denk je aan zoet. Van roze word je vrolijk. Roze past perfect bij ijs.' Oké, helder. Maar er volgt nog een aanvulling:  'bij groen denk ik aan bomen en planten' en 'mango vond ik ook leuk, maar is al in gebruik' en: 'Torino, Rome of Pisa past niet bij mij'.  Dat het maar duidelijk is, waar mevrouw Pistache aan denkt, en wat bij haar past.

Ik houd toevallig ook veel van ijs en ook van roze en mevrouw Pistache glimlacht zowaar ook nog naar me, dus voor mijn gevoel kan het vandaag onmogelijk verkeerd gaan. Vol vertrouwen wacht ik op mijn beurt en bekijk ik de foto's van de kinderen die - binnen een week na hun verjaardag of afzwemmen- hun Mickey Mouse of toverfee ijsje ophaalden. Ze zien er over het algemeen best gelukkig uit. Ik probeer maar even niet te denken aan de kinderen die later dan zeven dagen de salon binnenstapten met hun zwemdiploma op zak.

Dan ben ik aan de beurt. Een jong meisje met lang bruin haar vraagt wat ik wil hebben. Ik twijfel geen seconde en ga voor mijn lievelings versie: een wafel met ijs en slagroom. Ik zie het meisje ietwat onzeker kijken. Met mijn liefste: 'eerste dag? geen probleem! blik' kijk ik het meisje aan. Ze kijkt om zich heen en zoekt oogcontact met mevrouw Pistache, die op dat moment zeer geconcentreerd de bak met discodip aan het bijvullen is. 

Het meisje wacht geduldig totdat haar baas klaar is en vraagt haar dan: 'verkopen wij wafels?'. Mevrouw Pistache geeft geen antwoord op de vraag, maar kaatst de bal terug. Ze zegt: 'wat denk je? Denk je dat wij wafels verkopen?'. Het meisje gaat met haar hand door haar haar en zegt dan: 'Eh... ja!.' Mevrouw Pistache vervolgt: 'en waar zouden die dan moeten liggen?'. Er ontstaat een scene waarbij Pistache het meisje meeneemt naar achter en een gecodeerde doorzichtige plastic bak uit de voorraadkast schuift. Ik hoor Pistache en het meisje niet meer, maar het is wel duidelijk dat ze uitleg krijgt over de wijze waarop wafels bewaard dienen te worden, en de wijze waarop je wafels uit de doos pakt en meeneemt naar voren. Misschien vertelt Pistache haar zelfs nog wat informatie over de oorsprong van ijswafels, of neemt ze de ingrediënten van het koekje door. 

Na de wafelscene beginnen we dan eindelijk met het ijs. Ik twijfel nog even over iets met cheesecake, basilicum of stukjes koek, maar besef me meteen dat we het voor ieders plezier maar beter wat simpel kunnen houden en bestel een bolletje vanille met een portie slagroom. 'OEI', hoor ik Pistache zeggen. Haar ogen kijken me doordringend aan. Dan vervolgt ze tegen het meisje: ' één bol ijs, dat gaat niet op een wafel. Dat werkt niet. Dat gaat gewoon niet.'. Maar voordat iedereen in paniek raakt gaat ze positief verder: 'maar gelukkig wil deze mevrouw slagroom, want met slagroom, gaat het dus wel!'. Ik kan wel janken van geluk. Maar voordat we aan hoofdstuk drie: slagroom toekomen, moet ik eerst nog maar eens zien dat we de ijsscene overleven. There we go.

Pistache recht haar rug, kijkt strak naar voren en maakt dan een zeer, zeer platte hand. Waterpas, ik zweer het. Ze zegt: 'bij het maken van een wafel is het essentieel dat je de wafel altijd op een platte hand legt. Alleen dan zal het gewicht van het ijs de wafel niet doen breken'. Het meisje kijkt steeds nerveuzer, maar is zeer geconcentreerd en wil er vol voor gaan. Ze maakt een platte hand, schept een bol vanille-ijs uit de vitrine en we zien  het ijs langzaam neerdalen op de wafel, die heel blijft. Ik kijk achterom en verwacht dat de overige bezoekers beginnen met klappen en juichen, maar het is muisstil. Je kunt een spikkel horen vallen.

Op naar de slagroom. Het meisje gaat met platte hand, wafel en ijs richting de slagroommachine. Pistache maakt ondertussen een nieuwe bestelling, maar is tevens ook met haar volle aandacht bij mijn wafel. Mijn hart gaat sneller kloppen. Seconden lijken minuten te duren. Minuten uren. Uren dagen. Ik probeer me te concentreren op mijn ademhaling. Dan draait het meisje zich om en lacht. Op haar platte hand zie ik mijn wafel perfect gevuld met ijs en slagroom. Zelfverzekerd pakt het meisje wafel nummer twee en drukt deze op het ijs. KRAK...Pistache laat haar portioneerlepel langzaam vallen en draait haar hoofd naar links. Hier kan niemand meer omheen. De wafel is gebroken. 

Het meisje zwijgt. Pistache zucht. Iedereen denkt hetzelfde. Het ging zo goed. Dan zegt Pistache: 'zou jij zelf een gebroken wafel willen krijgen? Nee toch zeker?' Pistache verwijdert de wafel, geeft het meisje een reprimande over de hoeveelheid afgenomen slagroom en loopt dan naar achter om een nieuwe wafel te halen. Ze legt de smaaksensatie op haar platte hand en drukt dan héééééél langzaam de wafel erop. Ik geef het meisje snel een knipoog en dank het tweetal voor het werk dat ze hebben verzet. Met de wafel in mijn hand verlaat ik de ruimte waar een ietwat gespannen sfeer hangt en zie dan op de deur staan: 'Hoe verdrietig je ook bent, ergens op de wereld heeft iemand net zijn ijsje laten vallen'.

4.12.11

Het magazijn onder de HEMA


Fje en ik hebben vrijdag een grootse en meeslepende ontdekking gedaan. We liepen vanaf mijn huis met de kinderwagen richting de stad voor koffie en taart. En omdat we de wagen bij ons hadden stonden we naast de afbakpistoletten en HEMA wijnen te wachten op de lift naar boven. Eenmaal in de lift bleken we niet de enigen. Een vrouw met droge bruine krullen, een turquoise polo en een grote lach zei ons dat wij eerst met haar mee zouden gaan naar 'beneden'. Fje en ik keken elkaar aan en vroegen de mevrouw, die ondertussen snel en efficiënt een tiental tevens turquoise HEMA kratten opvouwde en opstapelde, of zij soms naar het magazijn ging. 'Ja', zei ze. 'In de kelder hebben we de voorraad'.

Op dat moment opende de liftdeuren en zei de HEMA dame uiterst vriendelijk: 'kijk maar even hoor!'. En dat deden we. We zagen een magazijn met hetzelfde vloeroppervlak als de winkel en onze monden vielen open. Stellingkasten vol met ordners in alle bekende HEMA kleuren, honderden stompkaarsen en kasten vol met servies. Kleding, schoonmaakartikelen, schoolspullen... En vooral véél van alles. Nu heb ik de neiging om als er van iets véél is, er iets van mee te nemen. Fje en ik fantaseerden erover hoe het zou zijn het magazijn in te gaan, de hele wagen vol te proppen met de meest fijne HEMA items en via de achteruitgang de zaak te verlaten. Maar natuurlijk deden we dit niet en zaten we vijf minuten later braaf aan een cappuccino en tompouce.

Na het taartje zocht Fje tussen de welbekende fijne HEMA shirts naar een taupe exemplaar in maat M, maar zag deze er niet tussen hangen. Ze vroeg het lijzige blonde HEMA meisje die op de afdeling rond liep of zij nog een M voor haar had. Ze antwoordde té snel 'dan moet hij er tussen hangen'. Bijna gingen we hiermee akkoord. Tot ik ineens het magazijn weer op mijn netvlies had en zei: 'zou je niet even in de kelder kunnen kijken of hij op voorraad is?!'. Ze schrok iets en spoedde weg. Even later rekende Fje het t-shirtje in maat M af en ik twee plastic bewaardozen geschikt voor diepvries en magnetron. Winkelen bij HEMA zal nooit meer hetzelfde zijn.

16.3.11

Aardige oude mannen



S. en ik waren ineens omring door mannen op leeftijd (60+), vanavond aan de bar. Het begon met een stel links van ons, twee collega's annex vrinden. Zij hadden net als wij borrelhapjes besteld en ineens raakte S. met de rechter en meest vriendelijke van de twee in gesprek. Ze vroeg aan het barmeisje een servet en die bood de man haar vervolgens vliegensvlug aan. Hij zei erbij dat hij hem nog niet had gebruikt. S. vroeg: 'hoe doet u dat dan?' en wees naar de kaasstengeltjes en gehaktballetjes die zij net als wij voor zich hadden staan. Hij wees haar op de bijgeleverde cocktailprikkers en zij zei zoiets als 'Aah!'. Al gauw kwam S. erachter dat de mannen niet kapot waren van de kaasstengeltjes. En omdat juist ons lievelingshapje was, kregen we er zomaar twee aangeboden. Wij konden het niet laten de heren een gehaktballetje terug te geven. Bood hij weer garnalen aan. En zo ging dat nog even door totdat S. zei 'nu zoek ik geen contact meer hoor, straks denkt hij dat ik met hem naar bed wil'. En dat was nu ook weer niet de bedoeling.

Toen we het gesprek met de twee (tijdelijk) hadden afgerond, ving ik een gesprek op dat de Larense heren rechts aan de bar voerden. Zij dronken een goed glas rode wijn en de linker, meest bruine van de twee zei: 'Ik was toen een jaar of 31 en ik was Prins Carnaval, en zij was 16 en dansmarike, en zo'n lekker wijf... En wat denk je? Kom ik haar laatst tegen op de sportschool, en ze is nog steeds lekker!'. De ander keek verrast op en was duidelijk blij voor zijn vriend. Ze mijmerden nog wat door over vrouwen en hielden het allemaal heel erg positief en vrolijk. De ander zei ook nog over zijn vrouw/vriendin: 'ik hou gewoon van haar, ik vind haar gewoon helemaal te gek, en ik kan er niets aan veranderen!'. Ah, lief, dacht ik. In de hoop dat hij het niet over zijn minnares/ assistente/ P.A. had.

Wij nog een drankje bestellen, zagen we dat de man van de servet en de garnalen in zijn upje de kaart aan het bestuderen was. Dus S. vraagt heel sociaal: 'u gaat nog wat eten?'. 'Ja ja, mijn collega had thuis nog een biefstukje liggen dat hij gaat opbakken, dus ik bestel er hier één. Wij wensen hem een fijne maaltijd, zien we hem ineens toch een kipsateetje eten. Had hij toch meer zin in. Toen het op was kwam hij echt nog even afscheid nemen, hop, van de kruk af en we kregen nog net geen drie zoenen.

En als klapper op de vuurpijl sprak de man van de hoek me aan. 'Mevrouw, ik kijk naar wat u allemaal bij u hebt, ik vind dat fascinerend en zeer intelligent staan' zei hij, wijzend naar de papieren, schrijfboekjes en agenda in mijn tas en de cameratas op de grond. Ik weet nog steeds niet of hij serieus was, maar door al die aardige mannen om ons heen konden we niets anders dan lief lachen en de heer samen met zijn glas rode wijn nog een fijne avond wensen aan de bar.

6.12.10

Synoniem voor uitje?

Twee meisjes in de trein.
Meisje1: Heb jij nog Sinterklaas gevierd?
Meisje2: Gisteren niet, maar vrijdag.
Meisje1: Oh, gezellig, en wat heb je gedaan?
Meisje2: Ik ben met mijn moeder en mijn zusje naar de sauna geweest.
Meisje1: Oh, heerlijk.
Meisje2: En jullie?
Meisje1: Wij zijn naar Yoep van het Hek geweest.
Meisje2: Leuk, zoiets kunnen wij volgend jaar ook wel doen.

26.10.10

Ben & Elly

Vanochtend vroeg ben ik er maar weer eens mee begonnen. Zwemmen. En dat gaat als volgt. Ik sleep mezelf uit bed, hijs mezelf in bikini, trainingsbroek en Ugg's en loop naar het zwembad. Om vijf voor zeven sta ik in de startblokken, omring door vrouwtjes en mannetjes in de leeftijdscategorie 65+.

Ik trek me niets van de gemiddelde leeftijd aan, probeer niet te denken aan schimmelvoeten, haaruitval en andere nare kwaaltjes die andere mensen zouden kunnen hebben en zwem fier de eerste vijftig meter rechtzodiegaat. Aan de andere kant van het zwembad neem ik een kleine pauze van enkele seconden en dan draai ik me om. Dit herhaal ik tot vervelens toe.

Vanochtend baalde ik weer eens dat ik niet zo supersnel kan zwemmen, want dan had ik een van de vier 'snelle banen' kunnen plaatsnemen. Maar nee, Kaneel zwemt tussen de bejaarden. De meeste negeer ik (de man met die baard en die enge ogen, die trage vrouw met die badmuts en haar gezicht altijd met de rechterwang naar de waterkant gedraaid, die vrouw die steeds weer naar me glimlacht) maar twee mensen kon ik vanochtend niet weerstaan en dus luisterde ik ze -wanneer dat kon- af.

Het gaat om een oude man en een oude vrouw, laat ik ze voor het gemak Ben en Elly noemen. Ik was al snel ontroerd hoeveel de twee met elkaar bespreken, en dat terwijl ze in een redelijk rap tempo (vergeleken bij die man met die baard en die vrouw met die badmuts) zwemmen. Ik vang een gesprek op over kunst.

Ben: 'Ik zag van de week dus weer een paar werken van Munch. En die verbaasde me zo, het was weer zo anders dan wat we van hem gewend zijn.'
Elly: 'Leuk is dat he, ineens zo'n hele andere stijl. Weet je nog dat we in dat museum in Antwerpen waren?!'

Even later ging het over een (kunst?) boek.

Ben: 'Ik wil dat boek zo graag voor je bestellen. Maar hij kan nog steeds niet geleverd worden aan die winkel. Dus ik heb er laatst maar even een mailtje uitgegooid. Ik denk ik vraag het gewoon. Nee heb je, ja kun je krijgen.'
Elly: 'Overdag of 's avonds?'
Ben: 'Wat overdag of 's avonds?'
Elly: 'Die mail!'
Ben: 'Overdag gewoon, ja dat is geen probleem. Dat doe ik gewoon overdag.'
Elly: 'Heel lief van je dat je zo je best doet voor dat boek. Ik ben zo benieuwd.'

Lief stel,denk ik al zwemmende. Ze houden beide van kunst en lezen. En zwemmen. Tot ik er twee baantjes later achterkom dat de verhoudingen iets anders liggen.

Elly: 'Ik begrijp dat wel van Trudy. Theo kan ook precies zo reageren als we bij mensen op visite gaan.'
Ben: 'Ja, maar bij Trudy is dat toch wel anders...'
Elly: 'Hoe goed ken jij Theo nou?! Dat weet je niet Ben, ik denk dat ik precies begrijp waarom Trudy zondag zo reageerde.'

Ja, mensen. Een affaire in het zwembad. Op een ordinaire dinsdagochtend rond de klok van half acht. En rond acht uur staan ze samen te douchen.

9.10.10

Meneer

Aan het einde van de middag genoten van de najaarszon die op straat scheen en dronken we in de voortuin wijn met de overburen en hun baby. Laatstgenoemde nuttigde net haar fles toen er een grijze Renault ietwat twijfelachtig aan kwam rijden en vlak voor de deur stopte. Er stapte een mannetje uit met grijs haar, die vroeg of hij een foto mocht maken van ons huis. Hij was samen met zijn dochter, die harpiste bleek te zijn, en vertelde dat hij in ons huis was geboren. Luisteren kon meneer niet meer zo heel erg goed, maar vertellen des te beter. Verhalen over de oorlog, de bakkerij van zijn opa en de opbouw van zijn stamboom werden uit de doeken gedaan. En daarom was het voor meneer Jonkman wel heel bijzonder om te zien dat behalve de gevel ongeveer alles was veranderd aan het huis. Gelukkig vond hij dat het huis keurig was verbouwd. Hij was er 35 jaar niet geweest en was blij te zien dat kleine dingen, zoals het verroeste hekje in de voortuin, onveranderd waren. En toen hij weg liep, en wij minestrone aten, riep hij dat hij er ook altijd zo bij zat op zomerse dagen. Zo in de voortuin met een glaasje wijn. En dat vond ik best een gezellig idee.

13.6.10

Bijzonder feestje

Mijn zus is getrouwd, in eigen tuin. De grap was, dat alle gasten dachten dat ze op een zomers tuinfeest stonden vanwege twee verjaardagen. Bovendien had T. in de uitnodiging benadrukt dat het de laatste keer was dat ze een tuinfeest konden geven, want ze gaan verhuizen naar een appartement. Iedereen geloofde dat T. om deze drie redenen een dikke party gaf. Als T. mij ook onder de gasten had geschaard die van niets wisten, was ik er waarschijnlijk ook in getuind, want feestjes geven, dat kunnen ze wel, T. en W. (haar vrind, nu man). Maar gelukkig zat ik in het complot en vroeg ze me zelfs als haar getuige, dus wist ik van de hoed en de rand.

Het was prachtig weer en na een heerlijke lunch met leuke familieleden druppelden de gasten de tuin binnen. Van twee tot vier was ik ietwat gespannen, en zag ik aan T. dat zij dat ook lichtjes was. Om vier uur was de Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand uitgenodigd, en even daarvoor gingen T. en W. zich omkleden. Het leek T. wel geestig als de Ambtenaar in haar toga de tuin binnentrad, zodat de gasten iets zouden gaan vermoeden en daarover gesmoesd zou worden. Nu was dat dus precies wat er gebeurde. 'Moet je kijken, wie is dat, nee, dat meen je niet, gaat er iemand trouwen?, gaan zij trouwen? wie? T. en W.? nee, dat kan niet, waar!?, hier?, nu, echt ja, ik geloof dit niet, jawel, nee, huh?'. Een korte samenvatting van de reacties. Vanuit een helikopterview zag ik mezelf glimlachend en trots het geroezemoes aanhoren.

En toen kwam het koppel omgekleed en wel, T. in een prachtige jurk en een skattig boeketje, de tuin inlopen en werden ze getrouwd. Nichtje K. maakte het allemaal nog luchtiger dan het al was (Mama, is dat de ambtenaar? Hier zijn de ringetjes! Deze bloemen zijn voor jou!). T. zei ja, W. zei ja, er werd gelachen en getekend, gekust en gefeliciteerd. De Ambtenaar trok haar pakje uit, ze zweette zei ze, ik rook niks, en toen dronken we met z'n allen prosecco. T. zag er heel mooi, lief en gelukkig uit en toen hebben we gebarbecued en mojito's gemaakt. Ik vond het een bruiloft zoals het zou moeten zijn. Met zon, je beste vrienden, mooie taarten, lekker eten, verse bloemen, mooie jurkjes, gras onder je blote voeten en champoppel.

31.5.10

Touwtje springen

Ik weet niet eens meer hoe ik precies op het idee kwam, maar ineens stond ik bij Blokker met een roze springtouw in mijn hand en gaf ik het Blokker-meisje, wiens kassa onder een oranje partytent stond, twee euri. Thuis aangekomen bleek het springtouw meer dan twee meter lang. Ik verlangde er stiekem naar om twee vriendinnetjes uit te nodigen, en als er maar één bereid kon vinden het touw aan één kant vast te binden aan een boom. Toch deed ik dit niet en draaide ik met een kruiskopschroevedraaier het schroefje achter het handvat los om het springtouw in te korten.

En nu is het feest begonnen, ik spring! Ik spring touwtje? Dat klinkt gek. Ik spring met een touw. Het liefst in de tuin en het liefst 's avonds als de zon achter de huizen verdwijnt en ik mijn moestuintje water heb gegeven. En het liefst kijk ik naar het haantje op de toren.

25.5.10


Spaanse liefde

Ik kan wel janken van geluk als ik oudjes zie die lief voor elkaar zijn. In Italië zag ik ooit een heel oud omaatje en opaatje, zij krom en in een badpak, hij met een gehoorapparaat en een stok. Elke dag puzzelden ze samen, aan zee. 's Ochtends stiefelden ze samen het strand op, met twee klapstoeltjes, een kleine koelbox en een parasol. Als ze zaten deed hij zijn ogen dicht en zakte iets naar achter. Zij zette dan haar bril op, sloeg haar puzzelboekje open en las hardop de beschrijvingen voor de woorden van het kruiswoordraadsel op. Het Italiaanse opaatje hielp haar en je zag van een afstand dat hij af en toe op een lumineus idee kwam zodat zij weer verder kon. 's Middags taaiden ze af, om samen een dutje te gaan doen.

In Spanje zag ik een opaatje lezen achter zijn balkon (lees: lelijk hekwerk tot boven 'an toe). Hij woonde boven een klein katholiek kerkje en het had niet in de gaten dat ik een foto van hem maakte. Toen er bij de ingang van de kerk keurig gekamde katholieke jongetjes verschenen en meisjes in flamencojurken omdat er iets te doen was, legde hij zijn boek weg en staarde hij naar buiten. Na enige tijd verscheen achter het tweede hekwerk een vrouwtje die het mannetje riep. Ze trok mijn aandacht omdat ik dacht dat het een flirtende buurvrouw betrof.

Het mannetje reageerde nergens op en toen de vrouw overdreven zwaaide zag ik dat ook dit opaatje een flink gehoorapparaat droeg. Toen het vrouwtje weg beende en drie seconden later haar arm om het mannetje sloeg, begreep ik dat het nog romantischer was dan ik dacht. Geen stiekeme burenliefde, maar een stelletje dat op een hete vrijdagmiddag geniet van het plein waarboven ze wonen. De vrouw riep haar eigen man, hij hoorde haar niet en daarom liep ze naar hem toe. De vrouw gaf de man een kus, liep terug naar het tweede mini-balkonnetje en sloeg zelf ook een boek open. De man zakte iets achteruit en viel even later langzaam in slaap.

8.3.10

Goedemorgen, mevrouw.

Ik trek een van de Spits medewerkers op station Amersfoort niet. Voor bekenden in de omgeving: ze staat altijd aan de ingang bij de bloemenshop, heeft een lange ietwat vettige bruine paardenstaart en draagt graag een pet. Ik kan me bijna niet voorstellen dat ik nooit eerder over haar heb geschreven, daar ik haar niet kan verdragen. Iedere vezel in mijn lichaam verzet zich tegen haar. Als je nog twijfelt over wie ik het heb, ik bedoel degene die achter ieder woord dat ze zegt 'mevrouw' zegt. Het gaat dus ongeveer zo: 'Goedemorgen mevrouw, de Spits mevrouw?, alstublieft mevrouw, fijne dag mevrouw, u ook mevrouw, tot morgen mevrouw'. Uiterst vriendelijk bedoeld, maar ik kan het niet aanhoren. Ik verkramp, krijg kippenvel, ik word langzaam gek en stap totaal gespannen en geïrriteerd de trein in.

Na maandenlang de auto gepakt te hebben was de afkeer gezakt. Maar de laatste weken word ik weer geregeld met 'mevrouw' geconfronteerd. Wat ik vaak doe als ze mij de Spits aanbied is overdreven hard en bot zeggen: 'nee bedankt mevrouw'. Ik doe dat om haar belachelijk te maken, en haar te laten inzien dat ze zich uiterst overdreven gedraagt. Maar wat gebeurt er? Ze zegt: 'geen probleem mevrouw!' en haalt alsnog het bloed onder mijn nagels vandaan.

Soms vraag ik me af waarom ik zo'n hekel aan haar heb, want ik denk dat ze misschien wel een van de beste is in haar vak. Zij, met haar eeuwige goede humeur en haar dosis energie. Zij die iedere nacht rond de klok van zes door weer en wind naar de drukkerij van de krant fietst om haar fietstassen vol te laden en vervolgens vol goede moed aan de dag begint, waarbij zij iedereen die langs loopt of rent persoonlijk probeert te benaderen, zelfs bij een heftige stroom reizigers. Op zo'n moment neem ik mezelf voor een keer naar haar te glimlachen, maar het is me tot dusver helaas nog niet gelukt.

7.3.10

Voorjaar

Slenteren door Brugge, etalages met paashazen, gekleurde bloemen en chocolaatjes, een nieuw zachtleren grijs jasje, vakantieplannen maken, cappuccino op het bankje voor de deur, een nieuwe zonnebril, patronen uitzoeken voor zomerse tuniekjes en highlights in de haren: voor mij is het sinds dit weekend voorjaar. O zo!

10.1.10

Richard, mijn redder

Een week voor kerst, toen de eerste sneeuwval ons land bedekte was ik met de wagen onderweg van Zeeland naar huis toen mijn wielen vast komen te zitten in de schnee. Ik ben gered door Richard, de vriendelijkste man op aarde. Wilde plannen om naar zijn werk te rijden en hem bloemen en oliebollen te brengen bleven onuitgevoerd. Toch wil ik Richard eren door middel van deze blog. Soms vraag ik me af waarom ik de blog niet een ondertitel geef als 'en haar avonturen op de weg', maar wellicht dat ik in dit nieuwe jaar iets meer variatie kan brengen in de onderwerpen. Maar niet voordat ik jullie heb verteld over Richard.

Donderdag 18 december startte de auto niet. Eerste reactie: lampen laten branden. Na check: lampen stonden niet aan. Tweede reactie: dit komt door het weer. Wat ik ook probeerde, de auto deed niets, behalve een neurotisch en lichtelijk eng tikkend geluid maken. Derde reactie: ik moet mijn vader bellen. Dat deed ik en die vertelde dat hij mijn zus en nichtje had geëvacueerd in verband met een gaslek in hun straat. Ik vroeg hem vriendelijk of hij zin had om zijn jongste dochter ook te redden en een kwartier later stond zijn Volvo bij mij in de straat. We probeerden de auto te startten en dit lukte na een kwartier. Terwijl ik achter vaders aanreed viel de auto weer een aantal keer uit. Dit in combinatie met de slechte banden van de wagen en het wegglijden in de sneeuw, besloten we de accu door te laten meten bij 'een mannetje'.

De accu bleek slecht en het mannetje zette er een nieuwe accu in. Als je er ooit een nodig hebt: ga naar Fulmen. Hij heeft geen computer, kassa of pin maar wel alle soorten accu's op voorraad en hij vertelde me dat ik gerust naar Zeeland kon rijden, alwaar ik die dag opnames had. Nadat ik mijn vader (door middel van een kus) en Fulmen (stevige hand) had bedankt vervolgde ik mijn weg naar het zuidwesten des lands. Alles verliep tot dusver prima.

Rond de klok van 20.00 uur toog ik naar huis. Op dat moment sneeuwde het volop en raakte ik in lichte paniek toen ik merkte dat ik liever niet harder reed dan 70 kilometer per uur op de rechterrijstrook. Toen op de A27 de matrixborden gingen branden en 50 aangaven besefte ik dat het nog wel eens een heel naar en lang ritje kon worden.

Opeens stond ik stil, op de linkerrijstrook. We reden allemaal langzaam, en ik reed niet meer. Acute paniek want ik versperde de weg en zag in mijn achteruitkijkspiegel dat iedereen om mij heen reed, via de rechterbaan. Eerste reactie: ik ben genaaid door Fulmen. Tweede reactie: ik moet mijn knipperlichten aandoen. Dit deed ik. Toen ben ik gaan huilen. Heel even, om daarna even na te denken. Dat ging ongeveer als volgt: wat kan ik doen? Niks... Eruit en in de vangrail staan leek me overdreven, een fleeceplaid pakken te vroeg (ik had het nu immers nog warm, ik zou hem beter kunnen bewaren voor over een paar uur) en een gevarendriehoek drie meter achter de auto plaatsen ronduit belachelijk. Ik ging dus verder met huilen en probeerde de auto opnieuw te starten, wat (blijkbaar) lukte, maar dit had ik niet door.

En daar was Richard. Hij reed in een geel busje met een 'werkverkeer' sticker. Hij reed via de rechterbaan langs mij, keek naar links en zette resoluut zijn wagen voor die van mij. Hij schuifelde naar me toe, gooide het portier open en zei 'Meissie, wat is er allemaal aan de hand?' Ik: 'Hij doet het nieehieeeet...' Hij: 'Maar hij loopt gewoon, je auto!'. Ik: 'Niet, net in ieder geval niet, echt niet!' Richard: 'Ik geloof je'. Dat vond ik mooi. Geen strijd, maar gewoon mij geloven.

Richard vertelde me wat er aan de hand was. Mijn wielen zaten vast in de sneeuw. En hoe hard ik ook gas gaf, ik kwam er niet meer uit. Dat had te maken met het spinnen van de wielen, en niets met de accu. Echt, Richard zou het Klokhuis kunnen presenteren. Terwijl hij speels (niet intimiderend) een hand op mijn been legde en zei: 'dit weer is ook niets voor meisjes' kon ik dat alleen maar beamen en begon ik weer harder te huilen. Maar dit was ontlading, want ik wist dat het goed ging komen nu Richard er was.

Terwijl ik achterin klom, liep Richard over de snelweg en hield de auto's staande. Daarna reed hij mijn auto naar de vluchtstrook en daarna die van hem zelf. Daar zouden we dan wachten tot dat ik rustig was. Hij liet me ook even alleen. Ik had daar de rest van de nacht wel willen staan in de sneeuw met Richard. Maar het moment kwam dat ik weer moest gaan rijden en ook dat spraken we helemaal door. Zachtjes optrekken in de verse sneeuw en invoegen wanneer hij dat ook deed, want hij zou kijken of er ruimte was voor ons tweetjes. En als het niet meer ging dan kon ik seinen, en gingen we er gewoon weer af. En hij ging er sowieso af bij een bepaald pompstation, dus als ik nog zin had in een warme koffie en een pitstop, dan kon dat daar.

Toen ik eenmaal weer reed ging het prima en de stop bij het pompstation heb ik overgeslagen. Wel heb ik met mijn allerliefste lach naar Richard gezwaaid toen ik de snelweg verliet. Richard, bedankt voor je inzet op donderdagavond 18 december. Je bent mijn held van 2009.
Sneeuwjacht

Ik geloof dat ik het woord sneeuwjacht nu al het mooiste woord vind van 2010.

31.10.09

Thailand

Vannacht was ik in Thailand. Ik droomde dat ik een lunch had met vrienden, op een terras vlakbij het strand. Ze hadden er loungebedden met van die mooie wapperende doeken en er was veel turquoise, zeegroen en wit. Er was een man met een wit overhemd en halflang donker haar die voortdurend grappen vertelde, waar wij heel hard om moesten lachen. Ik droeg een groen jurkje en witte slippers en had oorbellen in met allemaal kleine schelpjes. We dronken water met citroen en na de lunch werden we met een jeep naar een boot gebracht. Toen gingen we varen en dronken we witte wijn. Er was muziek en er werd gedanst. Ik kon opeens heel goed zwemmen en dook de boot af, heel soepel en elegant. Daarna deed ik het nog een paar keer, zonder dat het me enkele moeite kostte en zonder dat ik met mijn buik op het water klapte. Terwijl ik lag op te drogen op een grote witte handdoek werd ik wakker. Eeuwig zonde!

29.10.09

De winterschilder

Hoestend en blaffend lig ik sinds maandagavond onder de wol met spierpijn, oorpijn, keelpijn, en bergen slijm uit neus en mond. Laat ik hier niet te diep op ingaan. Vroeger had ziek zijn nog wat, ik hoefde nooit in bed te blijven, maar mocht altijd op de bank liggen onder een heel zacht geel/wit dekbedje en ik kreeg roosvicee, kopjes thee met honing en witte boterhammetjes met suiker. Gezellig was het, hoe beroerd ik me ook voelde. Maar tijden veranderen.

Gisterochtend werd ik om 8.00 uur 's ochtends wakker gemaakt door een lang en doordringend geluid van een bel. De deurbel. Ik wilde hem laten gaan en ik weet ook niet wat me precies bezielde, maar ik deed open. Er stond een schilder voor de deur. Een grote en dikke schilder, met een wit overall. 'Ken ik je voordeur even doen?' vroeg hij. 'Nee', antwoordde ik resoluut. 'Ik lig ziek op bed en ik heb vooral last van m'n keel en longen'. De schilder legde de link met verf inademen en hoesten niet, en zei: 'dat maakt toch niet uit het is toch je voordeur?'. Weer stribbelde ik tegen en voerde het argument aan dat ik boven bij de trap geen deur heb en dat ik nu al - hoest - last had van de verflucht. Toch verloor ik de strijd. De beste man 'moest' het doen zei hij. Achteraf gezien gaf ik te snel op. Ik had naar de voordeur van de overbuurvrouw moeten wijzen en de deur snel dicht moeten knallen. Dacht ik niet aan.

De kerel ging aan het werk en terwijl ik in de keuken een kop thee zette en twee beschuitjes smeerde met honing begon hij over de crisis. 'Ze gingen het wel merken'. Ik haakte af, dook mijn bed weer in en dacht na over waarom ik me liet overrulen door een dikke schilder. Hij riep nog drie keer: 'mevrouw!', want blijkbaar moest de tuindeur ook gedaan worden, waardoor meneer door het huis moest en besloot hij ook de meterkast, in dit geval een soort outside mini schuurtje, mee te pakken. En dat alles fluitend. Please, niet in mijn huis.

Na een uur of twee was meneer eindelijk klaar en kon mijn rust beginnen. Terwijl hij riep: 'mevrouw ik leg de sleutel van de meterkast op tafel' kon ik niet meer. En terwijl hij zijn ladder inschoof en verfblik dichtdeed, lachte ik nog één keer vriendelijk en knalde toen keihard de voordeur achter hem dicht. Resultaat: bordeauxrode tochtstrips, van de zaak.

21.8.09

Verwarring op het pompstation

Enige tijd geleden krijg ik de tankpas van onze productieauto mee. Omdat we weer eens diep in Zeeland opnames hadden en ik dit keer met eigen vervoer ging, was dat wel zo handig. Collega M. overhandigde mij de pas en ik stak hem tevreden in mijn tas. Collega L. wist mij nog te vertellen dat ik moest 'doen alsof ik een vervangende auto had' als het pinapparaat daar om vroeg. 'Ik zou het wel zien' en op de bewuste ochtend stopte ik in alle vroegte bij SHELL om daar de wagen vol te gooien met FuelSave Euro 95. Lekker zuinig. Afijn, ik had getankt en sloot aan in de rij van de kassa. Toen ik aan de beurt was pakte ik trots de zilveren pas en liet deze aan de meneer zien. 'Code', zei de meneer kortaf.

Fuck, ik was vergeten te vragen wat de code was. 'De code weet ik niet, maar ik stap even uit de rij en dan bel ik mijn collega even' zei ik. De meneer bromde. 'Wel zo handig als je de code weet als je een pas gebruikt!' zei hij iets te hard. Ik deed twee stappen naar links, en belde M. Direct gaf ze me de code en kon ik weer naar rechts stappen om af te rekenen. Fier haalde ik de zilveren pas door het apparaat en toetste ik de viercijferige code in. Maar wat bleek, de meneer vertrouwde mij niet met de pas. 'Heb je die pas vaker bij je?' vroeg hij. 'Dit is de eerste keer' antwoordde ik braaf. Terwijl ik aan het toetsen was vroeg de meneer: 'Hoort de pas bij de auto...?!' Kort en resoluut antwoordde ik 'ja'.

Op dat moment kwam DE vraag. 'Vervangend vervoer?' Ik dacht aan de tip van collega L. Altijd ja drukken, want anders moet je kilometerstanden en andere getallen in gaan voeren. Juist op dat moment brak er iets in de meneer achter de kassa. 'Je had nee moeten drukken', zei hij boos en wantrouwend. 'Nee' zei ik, 'ik moet op ja drukken, het gaat helemaal goed'. 'Nee!' riep hij. 'De pas hoort toch bij de auto!'. 'Toch niet zei ik. Ik zag dat de transactie was gelukt. Ik griste de bon uit de handen van de nu boze meneer die nog wel even door wilde praten en zei 'hartelijk dank en nog een fijne dag'. Toen ik wegliep hoorde ik hem witheet tegen de vrouw achter mij in de rij zeggen: 'en ze wist de code ook al niet!'.

7.8.09

ON Y VA!

Het leek me nou altijd al zo enig dat wanneer je een rijbewijs hebt, je zomaar kunt bedenken: ik rij nu naar Frankrijk! Ik bedacht het, samen met Moos en nam drie dagen vrij. Morgenochtend is het zover, dan vertrekken de dametjes voor een aantal dagen naar de Franse zon, om uit te rusten, wijn te proeven en hun boekje te buiten gaan wat betreft de kaashobby. Ik kan het bijna niet geloven, zo stoer en enig vind ik dit. Ja, ik blijf mezelf verbazen: on y va!

9.7.09

Tennis

Vanochtend zag ik een man tennissen met een hond. In alle vroegte, langs de snelweg bij Baarn. De man had zijn zwarte auto even in de berm geparkeerd en sloeg in het weiland een balletje naar een grote zwarte hond, die ongeveer tien meter verderop stond. Als de hond de bal had bracht hij deze direct terug naar de baas. De man oefende dus vooral met serveren.