Kaneel en de drie fases van het ziektebed
Afgelopen week was ik ziek. Het begon zondagmiddag al, op de verjaardag van mijn broertje. Maandagochtend was het echt mis. Mijn lymfeklieren waren zonadig opgezwollen dat mijn gezicht geen vorm meer had, m'n keel deed zeer en ik kon me geen ander scenario voorstellen dan de hele dag diep onder de wol te blijven liggen. Inmiddels is het vrijdag en besef ik dat mijn ziektebed meestal uit drie fases bestaat.
Het begint met de 'nee-niet-nu-fase'. Je bent ziek, je voelt het aan je hele lichaam. Maar je denkt: 'maar ik moet vandaag mijn scriptievoorstel voorleggen aan mijn eindredacteur' en je denkt: 'we zouden vandaag vergaderen over de opnames in Zeeland' en je denkt 'vandaag kan ik niet ziek zijn' en je denkt 'ik heb geen keuze'. Je legt je er bij neer, je blijft thuis, maar blijft de hele dag bezig met de zaken die je gedaan had als je niet ziek zou zijn geweest.
Daarna beland je in de 'so-be-it-fase'. Je accepteert je griepje, keel - of oorontsteking en geeft toe aan het eenzame liggen op bed of de bank, drinkt liters thee en af en toe wat beschuit of kermisbiscuit. Je kijkt seizoen van Evelien op DVD en nog wat andere films die je nog niet of wel had gezien. Je neemt nog eens een roze ibu, kauwt nog eens op een Fisherman Friend, checkt je telefoon nog eens is, snuift nog eens wat neusspray op en doet nog eens slaapje. En zo gaat dat enkele dagen door.
Bij mij duurde fase twee tot vanmiddag. Ik werd wakker van de deurbel. Het was Ok. Ze was naar de kapper geweest en had de cd van Tristan Prettyman voor mij gekocht. Ik liet haar binnen en we dronken thee en aten broodjes uit de oven. Toen ze weer ging besloot ik 'en nu is het genoeg'. Fase drie zou ik dan ook graag willen omschrijven als the 'life-goes-on-fase'. Mijn oren deden nog wel pijn, mijn hoofd zat nog vol snot en ik voelde me nog een beetje slap, maar ik had geen koorts meer en zin om me aan te kleden en mijn bleke winterse hoofdje (Moos noemde het gisteravond 'net Noors', de schat) wat op te leuken met de poederkwast.
Met de vrolijke stem van Tristan in de huiskamer heb ik het dekbed naar boven gebracht, ben ik gaan douchen en heb ik me aangekleed en opgemaakt. Natuurlijk leek het alsof ik vijf kilo was afgevallen en zat mijn spijkerbroek nog heerlijker dan ooit tevoren. En wat leken mijn wimpers lang en wat had ik zin om me dik in te pakken en naar buiten te gaan en de winterse lucht op te snuiven! Beste lezers, ik ben (bijna!) beter.
15.12.06
14.12.06
The NotebookNadat ik hem een keer had gehuurd van de videotheek twijfelde ik geen seconde. Dit was zo'n film die ik op dvd moest hebben. Het duurde niet lang voordat ik hem had gekocht en binnen enkele maanden meer dan vijf keer had gekeken. De meeste keren samen met Moos, een grote box tissues tussen ons in op de bank. Op mijn stage leende ik hem aan collega F. Van haar leende ik Big Fish die ook de nodige tranen over mijn wangen liet stromen. Van colllega F. ging mijn film naar collega J. Daarna namen de chicks van de webredactie hem mee naar huis, en zelfs de jongens van productie konden er niet meer omheen. Als laatste leende mijn eindredacteur hem, die ook had genoten van het verhaal.
Het liefdesverhaal van Noah en Allie. De jongen die de zomer doorbrengt in de houtzagerij van het dorp en op slag verliefd wordt op het rijke knappe meisje uit de stad. Hij arm, zij rijk, heerlijk. Natuurlijk wordt zij ook dol op hem, want hij leert haar relaxen, dansen op straat en beloofd haar dat hij later een wit huis voor haar bouwt met blauwe luiken. Maar natuurlijk werkt haar familie dit tegen en even dreigt het allemaal mis te gaan. Zij verlaat na de zomer het dorp en moeder houdt de 365 brieven die hij aan haar schrijft achter. Als ze dan ook nog verliefd wordt op Lon, een rijke, knappe welgestelde knul die haar familie wel ziet zitten denk je dat het einde zoek is. Gelukkig bewijst deze film het tegendeel. Houd zakdoeken gereed en laat uw emoties de vrije loop...
12.12.06

Primeurtje
De vader van een vriend van M. is landgoedbeheerder. Hij woont en werkt op een groot landgoed van een graaf. Vrijdagavond zat ik tot laat op kantoor. Gelukkig haalde M. me op van het station. En daar gingen we. Op naar het landgoed. We reden door de bossen, langs paardenstallen, grote schuren en lege vlaktes en parkeerden de auto. De landgoedbeheerder en een vriend van hem zaten in een grote houten schuur met vloerverwarming koffie te drinken. En spritsen te eten. Ze hadden even een pauze, want ze waren druk bezig met het vervaardigen van houten uiltjes. Verstekgezaagde boomstammetjes met vleugels en oogjes. Deze uiltjes zouden ze de volgende dag verkopen op de kerstmarkt. We bewonderden de uiltjes, ook al waren we daarvoor niet gekomen. In de stromende regen liepen we een groot grasveld op. De landgoedbeheerder scheen met een grote zaklamp om zijn mooiste exemplaren aan ons te laten zien. We waren de eerste kopers, dus hadden nog keuze uit meer dan 400 stuks. Hoewel het donker was waren we er vrij snel uit. We kozen een prachtige spar uit die maar net in de auto paste. En nu staat hij te twinkelen in de woonkamer. Onze eerste kerstboom.
31.10.06
Trouw
Toen ik met deze weblog begon heb ik mezelf beloofd dat ik geen stukjes zou schrijven waarvan er al minstens 100 op het web staan. Geen ge'oh, waarom is de zomer nou voorbij, ik mis de zon op mijn huid', geen ge'oh de bladeren vallen van de bomen, ik heb zin om er met mijn regenlaarsjes aan doorheen te huppelen' en vooral geen (deze heb ik toen echt met stip op nummer één gezet) geklaag over de perikelen van de NS. Geen verhalen over vertragingen, zweterige volle treinen, gemiste aansluitingen, onaardige conducteurs, winderige stations en ga zo maar door. Ik moet bekennen, dat ik het even heel moeilijk heb. Dolgraag zou ik even mijn ontevredenheid spuien. Maar ik houd me in en blijf trouw aan mezelf. Dus tsja, dit was het voor nu.
Toen ik met deze weblog begon heb ik mezelf beloofd dat ik geen stukjes zou schrijven waarvan er al minstens 100 op het web staan. Geen ge'oh, waarom is de zomer nou voorbij, ik mis de zon op mijn huid', geen ge'oh de bladeren vallen van de bomen, ik heb zin om er met mijn regenlaarsjes aan doorheen te huppelen' en vooral geen (deze heb ik toen echt met stip op nummer één gezet) geklaag over de perikelen van de NS. Geen verhalen over vertragingen, zweterige volle treinen, gemiste aansluitingen, onaardige conducteurs, winderige stations en ga zo maar door. Ik moet bekennen, dat ik het even heel moeilijk heb. Dolgraag zou ik even mijn ontevredenheid spuien. Maar ik houd me in en blijf trouw aan mezelf. Dus tsja, dit was het voor nu.
10.10.06

Lang leve laarzen
In mijn beleving heb je laarzenmeisjes en gympenmeisjes. Nu zul je zeggen; laarzenmeisjes zijn meisjes die op laarzen lopen en gympenmeisjes komen op gympjes voorbij, maar dit is niet helemaal waar. Veel laarzenmeisjes zijn namelijk stiekem ook gympenmeisjes. Ze vinden het eigenlijk héérlijk om een comfi gymp onder de voeten te hebben, maar trekken voor het oog toch liever de laarsjes aan. Zo eentje ben ik er dus niet. Ik ben een écht laarzenmeisje. En zo kwam het dat ik afgelopen donderdag samen met moederlief de stad indook op zoek naar een nieuw paar- of twee.
We hebben etalages bekeken, laarzen gepakt, gevoeld en gepast en kwamen tot de volgende analyse. De leesten deze winter zijn rond of carré, de hakken plat tot middelhoog. Eén verkoper was zwaar beledigd toen ik de laars die ik paste definieerde als een combinatie van een paardrijlaars en regenlaars. ‘Dit model is toch wel een stuk spannender!’ riep hij. Hij had gelijk, maar het gevoel bleef. Om die reden trok ik ze gauw uit en maakte het goed met de opmerking ‘het moet je staan hė!’. Mijn moeder was het gelukkig roerend met me eens. Uiteindelijk ben ik zeer gelukkig geslaagd met een paar hoge, slanke, bruine laarzen met mooie puntneus en hoge hak. Echt zó 2005 maar zó Kaneel. En om toch nog een beetje mee te gaan met de trend heb ik een paar kortere laarsjes gekocht met jawel, ronde neus, riempjes en linten. Mijn winter kan niet meer stuk.
3.10.06
(On)geluk
Aan het einde van de middag reed ik samen met collega J. naar huis na een locatiebezoek voor het programma. We reden op de snelweg richting Utrecht, zo rond een uur of zeven en de zon ging net onder en scheen op de bomen, het gras, de koeien en de auto's. De zon scheen een warme gloed op de wereld. Het was het gouden uurtje van de dag en ik zei dat het leek alsof we in de film Amélie reden. Even later liep ik over Hoog Catharijne en zag tegenover de döner kebap-koning de acceordeon speler zitten. Hij deed me sterk denken aan de tijd dat ik nog in Utrecht woonde en vooral aan die ene keer dat hij la valse d'Amélie speelde. Het was op dat moment dat ik besefte hoe gelukkig ik me voelde. Soms heb je dat gevoel; alsof er helemaal niets meer mis kan gaan. Heerlijk. Tien minuten later bleek dat ik mijn keycord met daaraan mijn complete sleutelbos was verloren.
Aan het einde van de middag reed ik samen met collega J. naar huis na een locatiebezoek voor het programma. We reden op de snelweg richting Utrecht, zo rond een uur of zeven en de zon ging net onder en scheen op de bomen, het gras, de koeien en de auto's. De zon scheen een warme gloed op de wereld. Het was het gouden uurtje van de dag en ik zei dat het leek alsof we in de film Amélie reden. Even later liep ik over Hoog Catharijne en zag tegenover de döner kebap-koning de acceordeon speler zitten. Hij deed me sterk denken aan de tijd dat ik nog in Utrecht woonde en vooral aan die ene keer dat hij la valse d'Amélie speelde. Het was op dat moment dat ik besefte hoe gelukkig ik me voelde. Soms heb je dat gevoel; alsof er helemaal niets meer mis kan gaan. Heerlijk. Tien minuten later bleek dat ik mijn keycord met daaraan mijn complete sleutelbos was verloren.
2.10.06
Ontspanning
Toen M. en ik in Frankrijk waren speelden we soms een potje badminton aan het begin van de avond. Even sporten, zeiden we dan. Ik sloeg het racket altijd zo hard mogelijk tegen de shuttle en probeerde hem met een zo hoog mogelijke boog naar Maarten te passen. Zodra die shuttle dan naar boven vloog boog ik mijn hoofd naar de hemel en zag het kleine witte dingetje tollen tegen de blauwe lucht. Ik concentreerde me altijd goed op dat beeld en besloot er aan te denken op momenten van stress of vermoeidheid tijdens de aankomende stage. Inmiddels heb ik het een paar keer gedaan. Mijn ogen dichtgeknepen en het shot van de witte shuttle tegen de blauwe hemel teruggehaald. Ik moet zeggen; het werkt uitermate onspannend en raad het iedereen aan.
Toen M. en ik in Frankrijk waren speelden we soms een potje badminton aan het begin van de avond. Even sporten, zeiden we dan. Ik sloeg het racket altijd zo hard mogelijk tegen de shuttle en probeerde hem met een zo hoog mogelijke boog naar Maarten te passen. Zodra die shuttle dan naar boven vloog boog ik mijn hoofd naar de hemel en zag het kleine witte dingetje tollen tegen de blauwe lucht. Ik concentreerde me altijd goed op dat beeld en besloot er aan te denken op momenten van stress of vermoeidheid tijdens de aankomende stage. Inmiddels heb ik het een paar keer gedaan. Mijn ogen dichtgeknepen en het shot van de witte shuttle tegen de blauwe hemel teruggehaald. Ik moet zeggen; het werkt uitermate onspannend en raad het iedereen aan.
Abonneren op:
Posts (Atom)