Samen
Het hoort bij Nederlandse zomers. De hele dag is het stralend weer en zo rond etenstijd betrekt de lucht van blauw naar grijs naar donkergrijs. Er steekt een heftige wind op en het begint te regenen. Sneller dan verwacht worden we getroffen door donder en bliksem. Vanavond gebeurde dit toen ik net de Albert Heyn wilde verlaten, met wat boodschappen in de armen. Voor de deur stonden een stuk of tien man te wachten tot de heftigste regen ophield. Ik sloot me bij hen aan. Niemand zei wat. Enkele bikkels, de meeste in regenpak en gewapend met waterdichte boodschappentassen, liepen langs ons heen en waagden zich de straat op. Wij niet. We stonden daar en wachtten. De gelukkige straatnieuws verkoper tussen ons in, die nog nooit zoveel gezelschap gehad had. Een jongen scheurde een zak Hamka's open. Hij bood ons nog net geen chips aan. Na een minuut of vijf durfde ik het aan. Ik zette de kraag van m'n jasje op en beende naar buiten. De anderen keken me bemoedigend aan.
28.4.04
Flirten
Ik moet zeggen, mijn fiets gaat al een tijdje mee, maar toch vleidt zij zich het liefst elke dag tegen een andere mannetjesfiets aan. Vanmorgen had ze goed beet. Voor het Beatrix theater zag ze hem. Een donkerbruine Gazelle. Een robuust frame, een stoer stuur. Een doorgeleefde fiets, maar zonder roest. Daar houdt ze niet van. De hele dag kon ze bij hem zijn. Samen tegen een lantaarnpaal. Toen ik vanmiddag terug kwam moest ik haar helaas mee naar huis nemen. Even was ze nog pissig maar al snel was het weer goed. Een paar uur later zette ik haar tegen de zelfde lantaarnpaal, waar inmiddels een vrij gay-achtige oranje fiets stond, met versnellingen en een aantal extra sloten. Dit wordt niks Kaneel, zei Moos tegen me. Het is haar type niet. Ik zag het ook wel, maar ik had haast. Geen tijd om naar mijn fiets te luisteren. Maar toen ik haar vanavond mee nam vertelde ze me dat ze zowaar een goed gesprek had gevoerd met de sporty oranje bike. Ik was dol verrast. Een goed gesprek op z'n tijd is ontzettend veel waard. En dat mijn -eeuwig flirtende- fietsje dat in heeft mogen zien; ik kan het haast niet geloven.
Ik moet zeggen, mijn fiets gaat al een tijdje mee, maar toch vleidt zij zich het liefst elke dag tegen een andere mannetjesfiets aan. Vanmorgen had ze goed beet. Voor het Beatrix theater zag ze hem. Een donkerbruine Gazelle. Een robuust frame, een stoer stuur. Een doorgeleefde fiets, maar zonder roest. Daar houdt ze niet van. De hele dag kon ze bij hem zijn. Samen tegen een lantaarnpaal. Toen ik vanmiddag terug kwam moest ik haar helaas mee naar huis nemen. Even was ze nog pissig maar al snel was het weer goed. Een paar uur later zette ik haar tegen de zelfde lantaarnpaal, waar inmiddels een vrij gay-achtige oranje fiets stond, met versnellingen en een aantal extra sloten. Dit wordt niks Kaneel, zei Moos tegen me. Het is haar type niet. Ik zag het ook wel, maar ik had haast. Geen tijd om naar mijn fiets te luisteren. Maar toen ik haar vanavond mee nam vertelde ze me dat ze zowaar een goed gesprek had gevoerd met de sporty oranje bike. Ik was dol verrast. Een goed gesprek op z'n tijd is ontzettend veel waard. En dat mijn -eeuwig flirtende- fietsje dat in heeft mogen zien; ik kan het haast niet geloven.
27.4.04
Koninginnedag
Het is weer zover. Je voert een leuk gesprek met iemand en dan wordt je gevraagd 'wat ga je eigenlijk met Koninginnedag doehoen?!' En dan wordt er vervolgens gedaan alsof Koninginnedag de gezelligste dag van het jaar is. Vroeger had de dag nog wel z'n charme. Ik versierde de spaken van m'n fiets met crêpepapier en at een oranje tompouce. Sommige kinderen gingen vroeg de deur uit om hun verrotte speelgoed uit te stallen op een kleedje maar hier heb ik nooit wat voor gevoeld. Ook nu nog kom ik het liefst de straat niet op. Laat staan dat ik Amsterdam intrek om op straat plat gewalsd te worden door dronken mensen met oranje hoeden op en lauw bier in hun hand. Om deze reden ga ik aankomende vrijdag lekker werken op het terras van de dierentuin. Ik hoop zo min mogelijk geschminkte gezichten, oranje linten in haren en Heineken hoeden te zien. En wie het waagt te hossen, te brullen of te joelen wordt niet aan tafel bediend.
Het is weer zover. Je voert een leuk gesprek met iemand en dan wordt je gevraagd 'wat ga je eigenlijk met Koninginnedag doehoen?!' En dan wordt er vervolgens gedaan alsof Koninginnedag de gezelligste dag van het jaar is. Vroeger had de dag nog wel z'n charme. Ik versierde de spaken van m'n fiets met crêpepapier en at een oranje tompouce. Sommige kinderen gingen vroeg de deur uit om hun verrotte speelgoed uit te stallen op een kleedje maar hier heb ik nooit wat voor gevoeld. Ook nu nog kom ik het liefst de straat niet op. Laat staan dat ik Amsterdam intrek om op straat plat gewalsd te worden door dronken mensen met oranje hoeden op en lauw bier in hun hand. Om deze reden ga ik aankomende vrijdag lekker werken op het terras van de dierentuin. Ik hoop zo min mogelijk geschminkte gezichten, oranje linten in haren en Heineken hoeden te zien. En wie het waagt te hossen, te brullen of te joelen wordt niet aan tafel bediend.
25.4.04
Haantjesgedrag
Met dit prachtige weer verruilen mijn collega's en ik de ozo gezellige pannenkoekenboerderij voor de Dommelsch bar op het terras alwaar we koffie, thee, fris en bier verkopen. Zo tegen de middag is dit enkel nog bier. Kids de speeltuin in, papa bier tanken. De meeste mannen zijn alleraardigst en natuurlijk allemaal even grappig (JA, DOE MAAR EEN HALVE LITER, ALS JE HET DOET MOET JE HET GOED DOEN HE MEISSIE! HA HA HA) Maar ook is er de afkeurende man. De vrouwen-kunnen-geen-bier-tappen man. De man die je op je vingers kijkt met de ik-had-dit-zoveel-beter-gekund blik. Je herkent deze haantjes al van verre en ze zijn elk weekend weer van de partij. Tegen deze mannen zou ik willen zeggen; ga lekker een biertje drinken in je eigen achtertuin.
Met dit prachtige weer verruilen mijn collega's en ik de ozo gezellige pannenkoekenboerderij voor de Dommelsch bar op het terras alwaar we koffie, thee, fris en bier verkopen. Zo tegen de middag is dit enkel nog bier. Kids de speeltuin in, papa bier tanken. De meeste mannen zijn alleraardigst en natuurlijk allemaal even grappig (JA, DOE MAAR EEN HALVE LITER, ALS JE HET DOET MOET JE HET GOED DOEN HE MEISSIE! HA HA HA) Maar ook is er de afkeurende man. De vrouwen-kunnen-geen-bier-tappen man. De man die je op je vingers kijkt met de ik-had-dit-zoveel-beter-gekund blik. Je herkent deze haantjes al van verre en ze zijn elk weekend weer van de partij. Tegen deze mannen zou ik willen zeggen; ga lekker een biertje drinken in je eigen achtertuin.
23.4.04
Opstartproblemen
Het moest er een keer van komen. Onoplettende, gehaaste, onuitgeslapen meisjes vragen er om. Ja, heel erg rot voor me: vanmorgen met m'n duffe hoofd in de verkeerde trein gestapt. Het plan was om acht uur vanaf Utrecht naar Amsterdam te vertrekken. Wegens een moeizame start had ik al snel in de gaten dat het de trein van kwart over acht ging worden. Op het laatste nippertje kom ik als een gek de roltrap af stormen, zie op spoor zeven een trein staan en spring er in. De trein zet zich in beweging. Minutenlang heb ik niets door. Ik leun wat tegen het raam en kijk naar buiten. Dan passeren we Woerden. Dit moet een omleiding zijn, denk ik nog.
Langzaam begint het tot me door te dringen. Ik zit in de trein naar Den Haag. Boosheid en gene overmeesteren me. Ik probeer mijn medereizigers hiervan echter niets te laten merken. Eenmaal gearriveerd op Den Haag Centraal zie ik in dat ik de pijnlijke situatie moet accepteren. Ik koop een croissantje voor mezelf en loop quasi onverschillig naar spoor tien waar ik de trein naar Haarlem neem. Te Haarlem reis ik vervolgens af naar Amsterdam. Rond tienen arriveer ik op school.
Het moest er een keer van komen. Onoplettende, gehaaste, onuitgeslapen meisjes vragen er om. Ja, heel erg rot voor me: vanmorgen met m'n duffe hoofd in de verkeerde trein gestapt. Het plan was om acht uur vanaf Utrecht naar Amsterdam te vertrekken. Wegens een moeizame start had ik al snel in de gaten dat het de trein van kwart over acht ging worden. Op het laatste nippertje kom ik als een gek de roltrap af stormen, zie op spoor zeven een trein staan en spring er in. De trein zet zich in beweging. Minutenlang heb ik niets door. Ik leun wat tegen het raam en kijk naar buiten. Dan passeren we Woerden. Dit moet een omleiding zijn, denk ik nog.
Langzaam begint het tot me door te dringen. Ik zit in de trein naar Den Haag. Boosheid en gene overmeesteren me. Ik probeer mijn medereizigers hiervan echter niets te laten merken. Eenmaal gearriveerd op Den Haag Centraal zie ik in dat ik de pijnlijke situatie moet accepteren. Ik koop een croissantje voor mezelf en loop quasi onverschillig naar spoor tien waar ik de trein naar Haarlem neem. Te Haarlem reis ik vervolgens af naar Amsterdam. Rond tienen arriveer ik op school.
22.4.04
De kamer van Kiek
Kiek is mijn oudste zus. Ze is negen jaar ouder dan ik, woont in een ontzettend leuk huis en verdient geld met schrijven. Ik bel haar omdat ik me klote voel en dan zegt ze 'kom hierheen!'. Ik doe boodschappen om m'n lievelingsrecept (tortilla's met kip in tomatensaus, room en feta uit de oven) samen met haar in elkaar te kunnen draaien en bij de Edah kopen we wijn en gekleurde gerbera's. We kletsen, koken, kijken ons soapie, drinken koffie en kletsen nog meer.
Ik voel me al minder klote maar toch landt rond een uur of negen de grote huilbui. Kiek zet drie liter kaneelthee en we nestelen ons met de katten (ja, dat lees je goed) op haar werk/chill/logeerkamer. We praten, ik huil en we drinken thee. Na deze sessie voel ik me stukken beter en uiteindelijk gaan we pas om twee uur naar bed. Ik mag in de leukste kamer van het huis slapen. De ene muur is groen en de andere lichtroze. De kozijnen zijn mintgroen. Op de lichtroze zitten vlindertjes geprikt en voor het raam staat Kieks bureau met haar Mac. In het midden van de kamer lig ik, onder het dekbed met lieveheersbeestjes. Als ik wakker word komen de katten me even gedag zeggen en krijg ik koffie van Kiek.
Wat moet je zonder grote zus?
Kiek is mijn oudste zus. Ze is negen jaar ouder dan ik, woont in een ontzettend leuk huis en verdient geld met schrijven. Ik bel haar omdat ik me klote voel en dan zegt ze 'kom hierheen!'. Ik doe boodschappen om m'n lievelingsrecept (tortilla's met kip in tomatensaus, room en feta uit de oven) samen met haar in elkaar te kunnen draaien en bij de Edah kopen we wijn en gekleurde gerbera's. We kletsen, koken, kijken ons soapie, drinken koffie en kletsen nog meer.
Ik voel me al minder klote maar toch landt rond een uur of negen de grote huilbui. Kiek zet drie liter kaneelthee en we nestelen ons met de katten (ja, dat lees je goed) op haar werk/chill/logeerkamer. We praten, ik huil en we drinken thee. Na deze sessie voel ik me stukken beter en uiteindelijk gaan we pas om twee uur naar bed. Ik mag in de leukste kamer van het huis slapen. De ene muur is groen en de andere lichtroze. De kozijnen zijn mintgroen. Op de lichtroze zitten vlindertjes geprikt en voor het raam staat Kieks bureau met haar Mac. In het midden van de kamer lig ik, onder het dekbed met lieveheersbeestjes. Als ik wakker word komen de katten me even gedag zeggen en krijg ik koffie van Kiek.
Wat moet je zonder grote zus?
20.4.04
Noten benen
Iedereen heeft dingen die hij net even een tikkie anders ziet, leest of hoort dan oorspronkelijk de bedoeling is. Je zingt de songtekst van een liedje even lekker mee en komt er achter dat je dat ene zinnetje heel anders zingt dan iemand anders, of erger nog, je komt er niet achter en iemand anders vraagt 'wát zing jij dan, in die derde regel van het tweede couplet?!'.
Zo bekende mijn zus laatst dat zij jaren heeft gedacht WestminFter bier te drinken en er pas sinds kort achter is dat het WestminSter is, wat eigenlijk ook wel een heel stuk beter klinkt. Dan zal ik nu zelf ook maar over de brug komen. Meer dan de helft van mijn leven heb ik de uitdrukking 'nota bene' verkeerd begrepen. Jarenlang verstond ik 'noten benen' en waar dat vandaan kwam was voor mij een raadsel. De gedachte aan een meisje met benen vol amandeltjes vond ik vreselijk (omdat ik amandelen zelf niet lekker vind en ze altijd met m'n vinger van de gevulde koeken afwip en ik me kon voorstellen dat zij het ook vreselijk vond om beide benen vol met amandelen te hebben) maar spookte toch altijd door m'n hoofd.
Inmiddels ken ik de goede uitdrukking en gebruik hem zo af en toe, maar het meisje met de noten benen zal waarschijnlijk nooit meer mijn gedachten verlaten.
Iedereen heeft dingen die hij net even een tikkie anders ziet, leest of hoort dan oorspronkelijk de bedoeling is. Je zingt de songtekst van een liedje even lekker mee en komt er achter dat je dat ene zinnetje heel anders zingt dan iemand anders, of erger nog, je komt er niet achter en iemand anders vraagt 'wát zing jij dan, in die derde regel van het tweede couplet?!'.
Zo bekende mijn zus laatst dat zij jaren heeft gedacht WestminFter bier te drinken en er pas sinds kort achter is dat het WestminSter is, wat eigenlijk ook wel een heel stuk beter klinkt. Dan zal ik nu zelf ook maar over de brug komen. Meer dan de helft van mijn leven heb ik de uitdrukking 'nota bene' verkeerd begrepen. Jarenlang verstond ik 'noten benen' en waar dat vandaan kwam was voor mij een raadsel. De gedachte aan een meisje met benen vol amandeltjes vond ik vreselijk (omdat ik amandelen zelf niet lekker vind en ze altijd met m'n vinger van de gevulde koeken afwip en ik me kon voorstellen dat zij het ook vreselijk vond om beide benen vol met amandelen te hebben) maar spookte toch altijd door m'n hoofd.
Inmiddels ken ik de goede uitdrukking en gebruik hem zo af en toe, maar het meisje met de noten benen zal waarschijnlijk nooit meer mijn gedachten verlaten.
Abonneren op:
Posts (Atom)